Kelly van Gils Geschreven door KellyvanGils. Foto door: KellyvanGils

Sinds ik terug ben uit Indonesië omschrijf ik het land en de inwoners met dezelfde woorden die ik in gedachten had voordat ik er was geweest. Het enige verschil is dat die woorden nu een hele andere betekenis hebben gekregen. Zo is het land heel bijzonder door de mooie natuur en de vriendelijke mensen. Rust en chaos zijn dingen die hier gemakkelijk samen gaan, net zo gemakkelijk als 8 personen en 2 fietsen in een klein taxibusje passen. Ik ben echter niet naar Indonesië gegaan om dit te ontdekken, maar om een hele andere reden. Ik ben namelijk voor zes weken vrijwilligerswerk gaan doen op het Tasikoki Wildlife Rescue Center.

Tasikoki is een park waar dieren die mishandeld of gesmokkeld zijn geweest worden opgevangen, verzorgd en zo goed mogelijk worden voorbereid voor uitzetting in het wild. Helaas is dit bij de meeste dieren niet meer mogelijk, maar toch wordt de natuurlijke omgeving van de dieren zo goed mogelijk nagebootst. Vrijwilligers zijn hierin erg belangrijk, omdat zij nauw samenwerken met de vaste staf van 12 medewerkers en samen houden zij het park draaiende. Ook al is communiceren in verschillende talen vaak moeilijk, de band tussen de staf en de vrijwilligers is erg goed. Hun dagelijkse werkzaamheden zijn op elkaar afgestemd, maar toch is geen dag hetzelfde. Er is wel een vast schema, maar de dieren houden zich hier natuurlijk niet aan.

De vrijwilligers worden ingedeeld in 3 verschillende teams, zodat iedereen zijn of haar eigen werkzaamheden heeft. De werkdag begint al om 6:00uur ‘s ochtends en de teams ‘Primates’ ‘Birds’en ‘Borneo’ gaan dan beginnen met het geven van water en het verzamelen van ‘browse’ voor alle dieren. Eerst is het nog vreemd om deze term te gebruiken, maar al snel word je gewoon met het verzamelen van lage en hoge vegetatie in het park. Het mooie is dat het park hierin zelfvoorzienend is en de vrijwilligers dus gewoon alle ‘browse’ uit het park zelf kunnen gebruiken. Door team ‘Primates’ worden 44 makaken voorzien van vegetatie en de kooi van Betty de siamang wordt schoongemaakt en daarna wordt ze gevoerd. Van team ‘Birds’ wordt verwacht dat zij de 120 aanwezige vogels die verdeeld zijn over verschillende kooien voorzien van vegetatie. Een aparte kooi is de ‘big aviary’ waarin kaketoes, papegaaien, duiven en eenden te vinden zijn en ook deze wordt iedere ochtend grondig schoongemaakt. Hierin bevinden zich twee vijvertjes die om de dag worden ververst, zodat er iedere dag een schone vijver beschikbaar is voor de vogels. Ook de schildpadden horen bij dit team en net zoals de kasuarissen hoeven zij alleen maar te worden gevoed. De zwaarste taak is echter weggelegd voor team ‘Borneo’ die op een nuchtere maag de berenkooi moeten opruimen. Hoewel er maar twee Maleise beren zijn, weten ze er iedere dag weer een puinhoop van te maken. Ook wordt de kooi vaak opnieuw ingedeeld en hun eten wordt verstopt om een natuurlijke omgeving na te bootsen. Na dit zware werk wachten ook de orang-oetans en de gibbons nog op hun eten en het is dan ook altijd lekker dat er van 8:00uur tot 9:00uur tijd is voor een ontbijtje. Na het ontbijt is het tijd om ‘enrichments’ te gaan maken en zoals eigenlijk al vrij duidelijk is, is dit een vorm van verrijking voor de dieren. Voorbeelden hiervan zijn fruit in ijsblokjes, puzzels van bamboe, maar ook schommels voor de vogels en een watergevecht met de orang-oetans worden als verrijking gezien. Een van de belangrijkste filosofieën van Tasikoki is namelijk het voedsel zoek- en verorberproces zo lang mogelijk te rekken. In het wild zijn dieren hier uren per dag mee bezig. Door voedsel te verbergen of in ingewikkelde constructie te stoppen, probeer je dit te imiteren. Positief bijeffect is dat het verveling, frustratie en agressie vermindert, zaken die er in ‘gewone’ dierentuinen al snel insluipen. Voor de lunch wordt er altijd een meeting gehouden over de enrichments en van 11:30uur tot 13:00uur wordt er vaak ook even uitgerust, omdat er ’s middags weer enrichments moeten worden gemaakt en uitgedeeld samen met het voedsel. Toch zijn dan nog niet alle dieren gedaan en de staf zorgt ervoor dat ook de herten, de babiroesas, de krokodillen, de grote schildpadden, de neushoornvogel en het luipaard te eten krijgen. Om 16:00uur is het voor de vrijwilligers dan toch tijd om lekker een douche te nemen en te gaan relaxen.

Om het park te laten draaien, ook financieel gezien, zijn er ongeveer 12 tot 14 vrijwilligers nodig. In het verleden is dit niet altijd gelukt, maar steeds vaker is dit aantal vrijwilligers gelukkig wel aanwezig. In de periode dat ik er was ben ik bevoorrecht geweest om mee te helpen aan verschillende projecten, omdat er genoeg vrijwilligers waren die het park draaiende konden houden. Een hiervan hield in dat er een net werd gemaakt voor de orang-oetans wat opgehangen kon worden naast de kooi, zodat er kersen opgevangen konden worden en via een pijp de kooi van de orang-oetans in konden. Zij moesten hier zelf dan wel de nodige moeite voor doen en dit was dus een blijvende vorm van enrichment. Een ander project waar ik aan heb meegeholpen hield in dat we een nieuwe makakenkooi gingen bouwen. Dit was een behoorlijke klus en vaak werkten we hier de gehele dag aan met vier vrijwilligers en twee man van de staf. Net na mijn vertrek daar is de makakenkooi helemaal afgemaakt zodat er nu een grote kooi beschikbaar is gekomen om een makakenfamilie in te plaatsen.

 

Het vrijwilligerswerk geeft veel voldoening, maar het is in een vreemd land toch altijd leuk om meer van het land te zien. Dat is, als het goed is, ten slotte een van de redenen geweest om ver te gaan reizen. Dit wordt ook door de managers van het park aangemoedigd en soms zelfs georganiseerd. Zo ben ik op mijn vrije dagen naar Tangkoko, een soort jungle, gegaan om nog vele andere wilde dieren te bewonderen. Hier heb ik ook een nacht doorgebracht zodat ik de volgende ochtend vroeg dolfijnen kon gaan kijken. Verder is er ook de mogelijkheid om uitstapjes te regelen naar grotere steden zoals Manado en zelf wilde ik graag een duikcursus gaan doen en gelukkig kon ik tijdens mijn verblijf op Tasikoki mijn duikbrevet(PADI) gaan halen.

Vooral tijdens deze dagen is het fijn dat je al gewoon bent geworden met de Indonesische cultuur en taal, omdat je dan weet wat typische gewoontes zijn en jezelf ook al redelijk kunt redden door Indonesisch te spreken. Dit is namelijk een hele gemakkelijke taal en ook erg leuk om te leren. Het verschil tussen vrijwilligers en toeristen die hun verblijf in hun hotel hebben doorgebracht is dan ook zeker te merken, omdat je als vrijwilliger je toch meer in het land en de cultuur zelf bevind. Zelf heb ik dit als heel erg positief ervaren, omdat het leren kennen van een vreemde cultuur toch een van de belangrijkste redenen is om te gaan reizen. Hierbij aansluitend zijn het vooral de projecten in het park, de samenwerking met de lokale bevolking en de mooie natuur die mijn reis compleet hebben gemaakt.

Indonesië is voor mij nog steeds dat bijzondere land met die mooie natuur en de vriendelijke mensen, maar nu blijken rust en chaos in Nederland ook goed bij elkaar te passen. Ik heb geleerd dat 8 personen en 2 fietsen gemakkelijk in een klein taxibusje kunnen, maar ook vooral dat het waarderen van wilde dieren en natuur erg belangrijk is. Zelfs belangrijker dan waarderen dat je de mogelijkheden hebt om zo ver te kunnen reizen en er geweldige ervaringen op te doen waarbij je vrienden maakt voor het leven.