Tenrec Geschreven door Tenrec. Foto door: Erik

Een vakantie in Oeganda kan niet zonder safari. Wild life is er erg indrukwekkend. In de natuurparken is van alles te zien. Zet je schrap voor watervallen, giraffen, krokodillen, olifanten, buffels, zwijnen, antilopen, hyena's en veel verschillende vogels.

Oeganda wordt veelal vanuit de hoofdstad Entebbe (Kampala) naar het noordwesten bereisd. De beroemde natuurparken die de meeste toeristen bezoeken, liggen in het westen, bij de grens met Congo. Er is ook een aantal onbekende, interessante natuurparken. Als je weinig tijd hebt, is het logisch je te beperken tot Queen Elizabeth, Murchinson Falls en Bwindi.

National Park Muchinson Falls

Een mooie start van een reis langs de Oegandese natuurparken is National Park Murchinson Falls. De Witte Nijl, die ontspringt in het Victoria-meer, wringt zich door de nauwe afgrond van de Murchinson Falls. De breedte van de rivier is eerst 300 meter en vernauwt naar zes meter. De Witte Nijl stort zich 160 meter de diepte in, in Lake Albert. Naast een aantal grote groepen rotschild giraffen vind je daar nijlpaarden en nijlkrokodillen, veel olifanten, buffels, knobbelzwijnen, een groot scala aan vogels en verschillende antilopen, waaronder de beroemde Ugandan kob. In dit park zijn ook een redelijk aantal leeuwen die zich best vaak laten zien. Met een beetje geluk, spot je ook de gevlekte hyena. De Nijl verdeelt het park in twee delen; het noordelijke en het zuidelijke. Om van het ene naar het andere deel te gaan, moet je de ferry nemen. Omrijden is eigenlijk ondoenlijk. Let wel op: een enkele week per jaar is de ferry buiten werking. Dan wordt er onderhoud gepleegd. Probeer te informeren bij UWA (Uganda Wildlife Authority) of dat gebeurt terwijl je het park bezoekt.

Red Chili rest camp ten zuiden van de Nijl en vlakbij de ferry, is een fijne uitgang van het park. Buiten het park kun je het best in Pakwach slapen. Dat ligt ten noorden van het park. Buiten het park betaal je geen entreegeld. Als je in Red Chili slaapt, dan ben je in het park en betaal je daarvoor. Je ticket is 24 uur geldig, zoals dat altijd het geval is in natuurparken in Uganda. In de delta, boven de Nijl, helemaal naar het Westen toe, daar zijn de meeste dieren te vinden. Die plek is een aanrader als je niet alleen natuur, maar ook dieren wilt zien. Het is natuurlijk wel zo dat het altijd een verrassing is wat je tegenkomt. Het ene jaar zit het park vol met giraffen, het ander jaar zijn ze nergens te bekennen en zie je een boel olifanten. Wat je wel altijd zult zien, zijn de nijlpaarden in de hippo-pool. Die vind je in de delta. Ook is het heel waarschijnlijk dat je Ugandan kobs (antilopen) zult spotten.

Ziwa Rhino Sanctuary

Onderweg van Kampala naar Murchinson Falls, kom je normaal gesproken langs Ziwa Rhino sanctuary. Dit is een soort kweekvijver van neushoorns. Ziwa Rhino sanctuary probeert met man en macht neushoorns te kweken, wat heel goed lukt. Al veel neushoornbaby's zagen er het levenslicht. Ziwa's plan is om ooit weer neushoorns in natuurparken uit te zetten. Echter is dat een plan voor de lange termijn. In Ziwa Rhino sanctuary kan ook overnacht worden. Doe je dit, dan kun je met een gids een trip maken om de neushoorns van zo dichtbij mogelijk te zien. Daarvoor wordt vaak een stuk met de 4x4 gereden en daarna moet je een stukje wandelen. In de vroege ochtend is na overnachting ook de Schoenbek-ooievaar te bewonderen. Met een beetje geluk kun je die onder begeleiding van een gids in de nabijgelegen moerassen vinden.  

Fort Portal

De stad Fort Portal ligt in een vruchtbare omgeving, daarom wordt er veel landbouw bedreven. Je zult veel plantages zien waar onder andere thee en koffie verbouwd worden. Bij Fort Portal ligt het Rwenzori-gebergte, waar sportievelingen (dure) wandelingen met een gids kunnen maken. Dit is het leukst in de droge periode. Bij koud en slecht weer is hiken niet te doen. Dichtbij Fort Portal ligt het woud Kibale Forest.

Kibale Forest

Kibale Forest staat bekend om zijn chimpansees, bosolifanten en buffels en door de mooie combinatie van kratermeren, moerassen en tropisch regenwoud. Deze verschillende landschappen maken het een prachtige plek voor vogelliefhebbers. De chimpansees kun je tegen betaling zien. Je maakt dan een trip het woud in en mag ze dan een uur bekijken. In het laagseizoen kun je ook een hele dag met de dieren optrekken. Er zijn ook avondtochten om de nachtaapjes te bekijken.

National Park Queen Elizabeth

National park Queen Elizabeth is een 2000 vierkante kilometer groot wildpark dat aan Congo grenst. Je kunt hier grote groepen Ugandan kobs (antilopen), olifanten en heel veel nijlpaarden aanschouwen. Vanuit Mweya kun je een mooie boottocht maken tussen Lake George en Lake Edward. Een asfaltweg van noord naar zuid deelt het park in tweeën. Deze weg is vrij toegankelijk, hoewel hij in het park ligt. Ook de weg door de Kasenyi plaines, naar het vissersdorp Kasenyi, is vrij toegankelijk. Verder is de weg naar Katwe, naar het oosten, vrij te berijden. Dit geeft dus de mogelijkheid om in het park te zijn zonder steeds entreegeld te betalen.

Voor het wildpark Queen Elizabeth betaal je voor 24 uur entree. Dus je het park bijvoorbeeld om twaalf uur 's middags binnengaat, dan mag je het park de volgende dag nog tot twaalf uur bezoeken. In de ochtend en avond is de kans om leeuwen te vinden het grootst. Zoek de leeuwen aan de oostelijke kant van het park, richting Kasenyi. Als je de trip zelf maakt, met een (gehuurde) auto, vraag dan telkens aan andere chauffeurs (als ze er zijn) of ze dieren hebben gezien. Gidsen doen dat ook en ze bellen elkaar als ze wat gevonden hebben. Off road rijden is niet toegestaan, hoewel gidsen deze regel vaak negeren. Tip: noordelijk boven de weg naar Katwe, kun je prachtige kratermeren zien.

In het zuiden, nabij Ishasha, vind je de beroemde “tree climbing lions”.  Deze leeuwen zijn het gewend om overdag in grote bomen te slapen. Je weet natuurlijk nooit in welke boom ze zullen liggen. Daarom moet je van de ene naar de andere boom rijden om ze te vinden. Ook hier geldt dat gidsen elkaar op de hoogte brengen als ze iets gevonden hebben. Dus let op of je een aantal auto’s een bepaalde kant op ziet rijden.

In het park zijn dus met geluk leeuwen te vinden. Echter is er ook een kans om de gevlekte hyena te zien. Je moet dan zeer vroeg het park in, vóór de normale openingstijd. De portier doet het hek open als je je entreeticket van de vorige dag laat zien. Ook kan hij of zij je vertellen waar je de hyena’s kunt vinden. Ze zijn in ieder geval na de gate rechts. Volg de weg naar het noordoosten. Bij de splitsing ga je links. Een stukje verderop is een plek waar de hyena’s vlak na zonsopkomst vaak te zien zijn.

Rij je richting Katwe en stop je vlak voor het dorp aan de linkerkant bij Lake Edward, dan kun je groepen olifanten en nijlpaarden zien. Er zijn verschillende plekken waar je dichter naar het water kunt gaan. Als je goed oplet, zie je op de rustige plekken langs en in het water ook krokodillen liggen. Aan de rechterkant van de weg in Katwe is er een meertje waar vaak grote groepen flamingo’s te vinden zijn. Het lokale toeristische kantoortje is echter van mening dat je daar niet zonder gids mag kijken. Soms komen er medewerkers naar je toe om de dieren te laten zien.

Accommodatie bij nationaal park Queen Elizabeth

Overnachten in het park is mogelijk. De lodges zijn echter heel duur. Meer dan honderden euro voor een nacht betalen is geen uitzondering. Goedkoop overnachten kan wel in de banda’s (ronde hutjes) van UWA. Deze accommodatie is wel moeilijk te reserveren. Het is het best om eerst contact te hebben met het hoofdkantoor van UWA in Kampala, hun medewerkers kunnen de banda's telefonisch reserveren. De banda’s zijn voor maximaal twee personen. Avondeten moet van tevoren besproken worden, omdat er ter plekke geen ingrediënten op voorraad zijn. De banda's staan op een behoorlijk afgelegen plek in het park; bij de rivier die de grens tussen Oeganda en Congo vormt. In die rivier zijn veel nijlpaarden te bewonderen. Rijd daarvoor naar de picknick spots (camping). Een andere prima overnachtingsplek vind je in Kihihi, op ruim een half uur rijden van het park. Daar zijn enkele voordeligere motels.

Mweya hostel (niet de lodge) en Tembo lodge behoren ook tot de goedkopere overnachtingsplekken. Tembo lodge ligt buiten het park, bij de brug over het kanaal. Het is wat moeilijker te vinden; volg de afslag naar de Katunguru gate en neem na 100 meter de afslag naar links, naar de Tembo lodge. Deze weg is slecht begaanbaar bij regen vanwege de vele modder. Als je de leeuwen wilt zien, kun je beter in Tembo lodge slapen dan in Mweya hostel. De leeuwen bevinden zich meestal in het oostelijk gedeelte van het park, daar zijn ook de geboortegronden van de Ugandan Kobs (antilopen). Dit is ongeveer 20 kilometer bij Mweya hostel vandaan. Verblijf je in Mweya hostel, dan kom je laat bij de leeuwen aan. Je mag pas vanuit Mweya vertrekken als daar de gate open gaat. Mweya hostel staat op een geïsoleerd plekje.

Bwindi National Park

Als je verder zuidwaarts Oeganda ingaat, kom je bij Bwindi National park. In dit park kun je tochten die je bij de beroemde berggorilla’s brengen afleggen. Deze trips zijn niet goedkoop. Er wordt in het hoogseizoen 600 dollar gevraagd voor een uurtje bij de gorilla’s, maar voor veel mensen is dat het waard. Trips van een hele dag zijn ook mogelijk. Die kosten ongeveer 1000 dollar. Alle vergunningen (permits) daarvoor moeten ruim van tevoren in Kampala aangevraagd en ontvangen worden bij UWA. In het noorden en in het zuiden van wildpark Bwindi zijn groepen gorilla's te zien. Je mag blij zijn als er plek is in een van de groepen op een bepaalde datum. Probeer daarom zo vroeg mogelijk de vergunningen te verkrijgen. Vergunningen voor een bezoek aan de berggorilla's zijn gelimiteerd en is zijn daarom meestal lang van tevoren vergeven. Ga dus niet op de bonnefooi, maar plan en boek de permits zeer ruim van tevoren. Ieder jaar zijn er goedkopere permits te verkrijgen in het laagseizoen. Zie daarvoor de site van UWA (Uganda Wildlife Authoriy).

Mgahinga National Park

Als er tijd over is, kun je naar Mgahinga National Park gaan. Dit wildpark wordt gedeeld door de grens met Rwanda. Net als het Bwindi park is het Mgahinga park beroemd door de aanwezigheid van berggorilla’s. De groep gorilla's zit echter soms in Rwanda en is dan vanuit Uganda niet te bereiken. Wil je een veel grotere kans hebben de dieren te zien, dan is Bwindi national park interessanter. De golden monkeys zijn echter wel altijd aanwezig en ook bijna altijd te vinden. Dat zijn zeldzame dieren die beschermd worden. De golden monkeys zijn onder begeleiding van een gids te bekijken. Het zijn mooie dieren en ze zijn interessant om te volgen. De apen zijn altijd op zoek naar bamboe, wat het voornaamste voedsel van deze dieren is. Je kunt tegen betaling een uurtje aapjes kijken, maar eventueel ook langere tijd als je een duurdere trip bespreekt. Deze tochten zijn wel ter plekke te boeken. Ook kun je met een gids bergen beklimmen. Je kunt de klim naar het drielandenpunt maken. Een zeer goede conditie is wel een vereiste voor deze wandeling. Tijdens de tocht naar de golden monkeys bereik je een hoogte van 2700 meter. Je ademhaling krijgt het te verduren tijdens deze intensieve tocht, want op die hoogte is er minder zuurstof in de lucht. Bij de entree van het park, kun je overnachten bij het Amajambere camp. Dit is de goedkoopste accommodatie bij het Mgahinga park. Je kunt er kamperen of een banda huren. Er zijn pit-toiletten en douches. Vanaf dit punt kun je een trip maken naar de Batwa.

Bunyonyi meer

Weer terug richting Kampala, richting het oosten, kom je langs Lake Bunyonyi. Dit is een prachtig meer. Overnachten bij het Bunyonyi meer is aangeraden. Bunyonyi view Gorilla Backpackers is niet al te duur, heeft een goed restaurant en biedt prachtig uitzicht over het meer. Iin het meer loop je geen bilharzia (wormziekte) op. Je kunt er dus in zwemmen! In het meer liggen kleine eilandjes die te bezoeken zijn met bootjes. Ook zijn er hotels op de eilandjes, die je op internet gemakkelijk kunt vinden. Die hotels zijn wel vrij prijzig.

Lake Mburo National Park

Een veel vergeten park is Lake Mburo National Park. Dit nationale park nabij Mbarara is een recentelijk ontwikkeld nationaal park dat tot in de jaren '70 een range was. Door de uitkoop en verplaatsing van de plaatselijke bevolking herbergt het park naast olifanten, buffels en Ugandan kobs, een grote groep zebra’s en impala’s (antilopen).  Sinds kort loopt er een groep giraffen die vanuit wildpark Murchinson zijn overgebracht. Je hebt geluk als je de giraffen tegenkomt. De oude bewoners leven van de opbrengst van het park. 50% van het entreegeld besteden zij aan het onderwijs van de kinderen. In het park kun je prima overnachten. Ook hier zijn er erg dure overnachtingsmogelijkheden, maar ook goedkopere opties. Slapen in de banda’s van UWA is voordelig. Wil je dit, dan moet je dat ruim van tevoren regelen in Kampala, omdat UWA niet zo snel reageert e-mails. Ook hebben ze een mooi huisje (cottage) dat verhuurd wordt en waar meerdere personen in kunnen overnachten. Bij het Mburo meer ook twee goede restaurants.

Kidepo park

Helemaal in het noorden, tegen Zuid-Soedan aan, ligt het afgelegen natuurpark Kidepo. Het park is te bereiken door een zeer dure vlucht te nemen of met een 4x4. Het bergachtige Kidepo wordt ook wel het meest afgelegen natuurpark van Afrika genoemd. Niet veel toeristen bezoeken dit wildpark. Je kunt er olifanten, luipaarden, leeuwen, wilde honden, hyena's, jachtluipaarden, wolven, vossen en honderden verschillende vogelsoorten spotten. Vanaf natuurpark Murchinson is het twee dagen rijden en vanaf Kampala ben je drie dagen onderweg. Dit deel van Oeganda is het armste van het land. Let op in welke periode je deze reis wilt maken. Alleen in de droge periode is het aan te raden de trip te maken. In het park kun je goed overnachten in de UWA's banda’s met en suite badkamer met toilet, douche en warm water.

Mount Elgon National Park

In het oosten van Oeganda ligt Mount Elgon National Park. Voor de meeste reizigers ligt dit park niet op de route. Dat is wel het geval als je via Mbale naar Kidepo wilt en in het noordoosten de Karamojong-bevolking wilt bezoeken. De reistijd van Kampala naar Mount Elgon is een lange dag. Je kunt er de Sipi-watervallen bezoeken en wandelingen maken in het park. De Sipi-watervallen bezoeken is een stuk goedkoper dan een wandeling maken. Waarschijnlijk wordt je onderweg naar de watervallen gevraagd of je een gids wilt. Dat is niet per se nodig, maar het kan natuurlijk wel prettig zijn. Schoenen met slipvrije zolen zijn het fijnst als je de waterval gaat bekijken. Het kan nogal glibberig zijn.

Jinja

De stad Jinja ligt bij de bron van de Nijl en aan de oever van het Victoriameer. In de stad is niet veel te doen voor toeristen, maar in de buurt van Jinja vind je de bron van de Nijl. De plek waar de Nijl ontspringt kun je verkennen door in een bootje te stappen en je rond te laten varen of je kunt iets zelfstandiger op pad; per kajak of raftend. Afdingen op de prijs van deze activiteiten is normaal. De stad Jinja ligt 90 kilometer van de Oegandese hoofdstad Kamapala. 

Cultuur

Oeganda's imposante natuur en de diverse dieren die er leven zijn de grootste trekpleister van het land, terwijl de Oegandese cultuur is voor de meeste reizigers vrij onbekend is. In de hoofdstad Kampala kun je het nationale museum bezoeken. Ook kun je meer leren over verschillende volkeren als je het binnenland intrekt. 

Batwa 

De Batwa zijn een pygmeeënvolk in Oeganda. Je kunt deze bevolkingsgroep bezoeken met een georganiseerde tour. Echter is dat wel een redelijk dure trip waarvoor de pygmeeën zich eerst even omtoveren tot hun voorouders. Het is dus wel een opvoering die ze doen voor de toeristen. Daarna gaan ze weer naar hun hutjes in de velden. Een bezoek aan de Batwa is interessant als je wilt zien hoe het leven in Oeganda vroeger was. Tegenwoordig hebben de Batwa eigenlijk geen eigen land meer. Ze zijn nomaden die soms enkele jaren op dezelfde plek blijven. Zodra ze niets meer kunnen verdienen op een plek, trekken ze verder. Ze verblijven op stukjes grond van landeigenaren. Ze werken voor de grondbezitter en verdienen daarmee wat geld of eten. De wandeling die vanuit het Amajambere-kamp gemaakt kan worden, is een simpele wandeling naar de Batwa. Je ziet dan niet die voorstelling, maar wel hoe deze mensen nu leven.

Karamojong

In het oosten van Oeganda, het armste deel van het land, leven de Karamojong. Een bezoek aan deze bevolkingsgroep kun je combineren met een trip naar het afgelegen Kidepo park of met het beklimmen van de Elgon-berg.

Vervoer in Oeganda

Er zijn veel tour operators die tripjes naar allerlei natuurparken aanbieden, maar je kunt in Oeganda ook zelfstandig reizen; door een auto te huren, al dan niet met chauffeur, of je kunt gebruikmaken van het openbaar vervoer. Reizen met het openbaar vervoer is goed mogelijk, alleen moet je daar wel heel veel tijd voor uittrekken. Het gaat allemaal niet zo snel. Heb je niet veel tijd of wil je vooraf graag het een en ander vastleggen, dan kun je voor je vakantie al online tripjes van tour operators boeken.

Auto huren in Oeganda

Zelf autorijden in Oeganda is helemaal een avontuur. Je bent dan niet afhankelijk van een gids. Op de wegen in Oeganda kun je met de auto gemiddeld 60 kilometer per uur afleggen. Trek daarom voldoende tijd uit om te reizen. Even iets bezichtigen is er meestal niet bij. Met zelf rijden is natuurlijk meer voorbereiding gemoeid, anders mis je misschien de belangrijkste plekken. Een auto huren kan prima in Kampala. Op internet zijn meerdere verhuurbedrijven te vinden. Neem wel zelf een navigatiesysteem mee. Bijvoorbeeld een Garmin Oregon. Een kaart van Oeganda voor de Garmin Oregon is online te koop bij tracks4africa. Om de kaart op de Garmin te installeren, heb je een speciaal programma nodig. Zorg dus dat je hier ruim van tevoren mee begint. Verdwalen is dan eigenlijk niet meer mogelijk. Met zulke kaarten kun je zelfs in de natuurparken de weg vinden.