Nienke Krook Geschreven door Nienke Krook. Foto door: Nienke Krook

Het grootste gedeelte van Japan ligt in de noordelijke temperatuur zone van de aarde en heeft een vochtig moesson klimaat, met zuidoostelijke winden vanuit de Pacifische Oceaan gedurende de zomer en noordwestelijke winden vanaf het Euraziatische continent in de winter. 

Het land heeft vier duidelijke seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. De mooiste seizoenen zijn de lente en de herfst, vanwege de kersenbloesems (Sakura) en de prachtige kleuren van de herfstbladeren. De Japanners genieten erg van de overgangen van de seizoenen en volgen het klimaat dan ook op de voet. 

Het verre noorden en zuiden van Japan hebben erg verschillende klimaten. In maart kun je bijvoorbeeld zonnen in het zuiden, maar skiën in het noorden! 

In Hokkaido (het grote eiland in het noorden) is de gemiddelde temperatuur gedurende de koudste maand in de winter -6 graden Celsius. Vooral de binnenlandse komgebieden, zoals rondom steden als Obihiro en Asahikawa, zijn erg koud. Het kan hier vaak genoeg beneden de -30 graden Celsius komen!

Het meest zuidelijke gedeelte van Japan, de eilanden inclusief Okinawa, hebben een sub-tropisch klomaat met lange, hete en vochtige zomers. In Naha, de hoofdstad van het Okinawa prefectuur heeft een gemiddelde temperatuur van 22.6 graden Celsius per jaar. Zelfs tijdens de winter is de koudste gemiddelde temperatuur 13.6 graden Celsius.

Het heetste zomerweer is te vinden rondom Tokyo en in sommige delen van Honshu, het Japanse vasteland, kunnen de temperaturen wel tot 40 graden Celsius oplopen. In de omgeving van trein stations, worden daarom vaak kleine pakjes met zakdoekjes uitgedeeld, om je hoofd te kunnen deppen. Er zijn ook prachtige doekjes te koop met traditionele Japanse designs. 

Van eind mei tot eind juni, of soms begin juli, kent Japan een maandenlang durend regenseizoen (Tsuyu). De lucht wordt vochtig en nat en de luchtvochtigheid kan zo hoog worden dat je geen kleding meer buiten kunt drogen. Een andere periode van regelmatige regenval is in de vroege herfst. 

Het land kent naast prachtig weer ook natuurrampen als tyfoons (van de late zomer tot begin herfst, vooral in het zuidwesten), vulkanische uitbarstingen en aardbevingen. Gelukkig is de techniek in Japan zo geavanceerd, dat elke verandering nauwkeurig gemeten wordt. 

Daarnaast zijn gebouwen aangepast aan de natuurlijke omstandigheden in het land. Wolkenkrabbers in Tokyo zijn in de constructie flexibel gemaakt tegen aardschokken en huizen in sneeuwrijke gebieden hebben extra verstevigingen om het gewicht van de sneeuw op de daken te kunnen houden en instorting te voorkomen. In sommige gemeenschappen op het platteland worden dakranden verlengd tot over de wegen, zodat deze zichtbaar blijven tijdens hevige sneeuwval. Okinawa wordt regelmatig getroffen door tyfoons en daar worden stenen muren gebouwd en bomen verstevigd om de wind tegen te houden.