Sandra Rutjes Geschreven door sannie23. Foto door: menasil

West-Timor is het Indonesische deel van het eiland Timor. Dit deel van het eiland is ca 300 km lang en ca. 150 km breed. West-Timor werd in de 16e eeuw gekoloniseerd door de Portugezen. De Nederlandse VOC kwamen in 1640. De Portugezen vertrokken toen naar het oosten van Timor. De Nederlanders vestigde de kolonie Nederlands-Timor. In 1942 veroverden de Japanners het eiland. Op 14 augustus 1945 werd het eiland bevrijd en op 17 augustus verklaarde Indonesië zichzelf onafhankelijk. De Nederlanders kwamen wel weer terug in West-Timor, maar werden weer verjaagd door de Indonesische guerrilla's. In 1950 werd West-Timor deel van Indonesië. In Oost-Timor bleef het nog lange tijd onrustig. In 2002 werd Oost-Timor onafhankelijk. Maar de onrusten bleven. Waardoor er in 2006 ca 20.000 mensen naar West-Timor vluchtte. Het Nieuw-Zeelandse leger maakte in november 2012 bekend haar troepen te zullen terugtrekken, omdat de situatie in het land weer stabiel was. Ondanks dat de Nederlanders zich niet al te netjes hebben gedragen in het verleden, zullen de mensen je toch met open armen verwelkomen en met een zekere trots je alles vertellen waar nog Nederlandse overblijfselen te vinden zijn en wat de Nederlanders goed hebben gedaan. De Nederlanders hebben er bijvoorbeeld wel voor gezorgd dat alle kinderen gratis onderwijs kregen. Na de onafhankelijkheid moest men weer gaan betalen voor onderwijs waardoor heel veel kinderen niet meer naar school konden. West-Timor is een van de armere delen van Indonesië.

De mensen zijn zich erg bewust van de geschiedenis van het eiland. Als je verteld dat je uit Nederland komt, beginnen ze gelijk allerlei verhalen te vertellen. Ze zijn er erg open over. Dit was ook het geval op Flores. In andere delen van Indonesië heb ik dat niet zo meegemaakt als hier. Religie: 56% is rooms-katholiek, 35% is protestant en 8% is moslim. Je vind heel veel Katholieke kerken op het eiland, meestal fel paars van kleur! Ook zie je veel nonnen, wat je in de rest van Indonesie bijna niet ziet.

Klimaat

De luchtvochtigheid is hier lager dan andere delen van Indonesië, waardoor het hier niet zo benauwd is. In de bergdorpen heb je 's avonds zelfs dat het wat fris kan aanvoelen. In de winterperiode ( november t/m maart) kun je de meeste regen verwachten . Overdag is het rond de 30 graden en de temperatuur daalt na zonsondergang naar ca. 24. Let op: de zon is scherp UV 10 tot UV14. Dus gebruik een zonnecreme met een hoge beschermfactor. Ook al is het bewolkt. Reizen in de winterperiode naar de afgelegen dorpen is soms moeilijk of niet mogelijk vanwege de regenval die de wegen dan ombegaanbaar kunnen maken. Iets om rekening mee te houden.

Kupang

In de hoofdstad Kupang wonen ca. 450.000 inwoners. Het westelijke gedeelte van de stad is het oude gedeelte waar nog heel veel Nederlandse overblijfselen te vinden zijn, zoals een oude begraafplaats, pakhuizen en woningen. Iedere avond is er de Pasar Malam "the nightmarket" met kraampjes waar je Ikan Bakar (bbq vis) kunt eten. Of dat echt verstandig is om dat te doen weet ik niet, want er zijn wel meldingen dat toeristen hier een een voedselvergiftiging hebben opgelopen. Maar het is wel gezellig om even over deze markt te lopen. Ook vind je in dit gedeelte van de stad veel leuke winkeltjes en kraampjes. Let op: Op zondag zijn veel winkels gesloten.

Het centrum van de stad ligt aan een lange hoofdweg met een aantal grote luxe hotels en veel bedrijven. Heel veel banken met ATM's en een markt met voornamelijk vis en groente. Hoe meer je naar de richting van het oude centrum gaat vind je een aantal goedkopere hotelletjes, supermarktjes en winkeltjes. Wij verbleven bij Lavalon boven het strand (Pantai Kupang). Naar mijn idee de perfecte plaats om je reis op West-Timor te beginnen. Edwin (de eigenaar) kan je helpen met alles op gebied van vervoer, tickets, travel informatie etc. Hij heeft een aantal kamers die heel schoon zijn met airco of fan en de beste hete douche die ik ooit in Indonesië heb gehad. Kamer kost RP.150.000 incl ontbijt. De keuken is 24 uur per dag open. Hij heeft een beperkte menukaart maar met heerlijke gerechten. En gratis (snel) wifi, wat uitzondelijk is in Kupang.

Kupang en omgeving

In Kupang en de directe omgeving van de stad kun je leuke plekken bezoeken.

Lisiana beach

Dit is een strand in het oostelijke gedeelte van de stad waar de lokalen in het weekend massaal naar toegaan. Maar doordeweeks is het er uitgestorven. Het is een mooi strand. Maar zwemmen is er uitgesloten. Er zwemmen namelijk zoutwater krokodillen. Dit wordt ook aangegeven door een groot bord met waarschuwingen en een foto van een krokodil erop! Er staan een paar eettentjes waar je heerlijk gebakken banaan (van de bbq) met chocoladesaus kunt eten. Langs de toegangsweg naar het strand kun je zien hoe men palmsuiker maakt en er zijn ook veel zoutwinningbedrijfjes. Altijd leuk om even een kijkje te nemen. Toegangsprijs strand: RP 3000.

Pantai Kupang

Dit is een strand in een kleine baai in het centrum van de stad waar je een schitterende zonsondergang kunt zien. Bij laag water kun je een heel eind over de rotsen lopen. Veel lokalen komen hier 's avonds bijeen. Toegangsprijs: RP 2000

Crystal Cave

Voor je naar deze grot loopt, loop je door een heel apart landschap. Spierwitte kalkstenen (wat wel op sneeuw lijkt) afgewisseld met zwarte en rode/bruine lavarotsen. Door een kleine opening daal je af naar beneden en kom je in een kleine grot terecht. Waar een schitterende heldere waterpool is. Het water is er echt superhelder. Vandaar de naam Crystal cave! Gratis toegang.

Oenesu waterval

Oenesu is een schitterende waterval met 4 levels. Mooie omgeving. Wij waren er in het droge seizoen maar je kon er toch nog goed zwemmen. Toegangsprijs: RP 3000

Sasando Traditionele muziek

Ten oosten van Kupang is een familie die traditionele muziek maakt op een Sasando. Dit is een snaarinstrument (oorspronkelijk van Rote island) gemaakt van bamboe en palmbladeren. Ik ben zelf niet zo van de traditionele muziek enzo, maar dit was anders. Een oude man zong en speelde oude liedjes op een oude sasando, maar de zoon van de man speelde op een elektrisch model modernere liedjes en dat klonk echt goed. Verder gaven ze ook nog een show met slaginstrumenten. Je kunt ook zien hoe de instrumenten worden gemaakt. Echt de moeite waard om hier even te gaan kijken en te luisteren. Toegangsprijs: Vrije gift

Soe

Het eerste dorp als je West Timor gaat verkennen na Kupang zal in veel gevallen Soe zijn. Op 110 km van Kupang, ruim 2 uur rijden met de auto (met de bus 3 a 3,5 uur) en het ligt op 800 meter hoogte waardoor het klimaat er zeer aangenaam is. Hier hebben wij onze gids opgehaald die Edwin van Lavalon voor ons geregeld had. In deze omgeving worden de dorpen bewoond door de Dawan stammen. Ze wonen normaal gesproken in rieten puntige hutten zonder ramen. Je ziet tegenwoordig stenen huisjes naast de hutten staan omdat de overheid ze heeft gedwongen niet meer in de hutten te wonen uit veiligheid vanwege evt. brandgevaar.

In Soe staat ook een grote boom met op een steen de tekst in het Nederlands: "Deze boom werd geplant voor de geboorte van Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe Biesterfeld. 31 januari 1938." Ook vind je er veel Nederlandse gebouwen en huizen "Kampung Belanda"

Ongeveer een half uurtje ten zuiden van Seo is een schitterende waterval "Oehala waterfall" met diverse levels. Helaas was hier net te weinig water (in oktober) om te kunnen zwemmen, maar de omgeving is werkelijk de moeite waard.

Nikki Nikki

Klein dorp, ruim 2,5 uur rijden vanaf Kupang, ca 30 min. vanaf Soe. Hier kom je doorheen als je naar Boti village of None village gaat. De wegen zijn tot hier prima. Als je nog wat inkopen wilt doen, kan dat hier. Vooral marktkraampje doen hier dienst als winkeltjes.

Boti Village 

Vanaf Nikki Nikki begint de 12 km. lange tocht over hele slechte bergpaden om bij het dorp Boti te komen. Ruim 1 uur rijden. In de regentijd kan het zijn dat de wegen naar Boti village niet begaanbaar zijn. Sommige paden waren afgesloten en werden we omgeleid over wegen met soms aan beide zijde een diep ravijn. Hele stukken weg waren gewoon weggezakt.

Boti Village is een uniek dorp dat bekend staat voor zijn animistische overtuigingen en onafhankelijkheid. Ze verbouwen zelf hun groente, fruit en houden dieren om zich te voorzien in de eerste levensbehoeftes. Er is geen elektriciteit in het dorp. Ze gebruiken zelfgemaakte olielampjes als verlichting. Koken doen ze in aardewerk potten boven een vuur. Ze weigeren iedere hulp van de regering. Het dorp telt ca. 800 mensen. Hier wonen de mensen nog wel in de rieten huizen wat eigenlijk niet meer is toegestaan, maar omdat ze onafhankelijk zijn wordt dit gedoogd.

Er is een mogelijkheid om te overnachten in Boti Village. De accommodatie is redelijk schoon maar zeer basic. Je slaapt in een bed met een bamboe matras met een (te) dun matje erop. Schone lakens en een ikat geweven deken. Het toilet is een bamboe hokje verderop in het bos. Vergeet je zaklantaarn niet! Het kost RP 100.000 p.p. p.n. inclusief een avondmaaltijd van soep, rijst, diverse groentes, vlees, salade, kroepoek, koffie, thee en gebakken banaan. Het eten krijg je geserveerd in een halve kokosnoot, ook de lepel is gemaakt van een kokosnoot. Het hoofd van het dorp wordt de koning genoemd. De mensen praten hier hun eigen taal dus een gids die de taal spreekt heb je hier echt nodig. Het wordt trouwens niet echt gewaardeerd als je zonder gids het dorp bezoekt. Heel veel toeristen komen hier niet, Wij waren in oktober nr 151 die hier bleven overnachten, en de 408e die het dorp bezochten dit jaar. Je moet je registreren in een logboek.

None Village

Dit dorp staat bekend als het laatste koppensnellers dorp in West-Timor. Het dorp bestaat uit een aantal rieten hutten. De chief is al heel oud en blind. Zijn zoon Jemri laat zien hoe ze vroeger ten strijde gingen met de bijbehorende rituelen zoals het offeren van dieren en het vasthouden van een lange stok. Als de duim van de chief de heilige paal raakt terwijl hij de stok vasthoud was het goed. En bijvoorbeeld het breken op een bepaalde manier van een van een rauw ei. Als alle tekenen van de rituelen goed waren gingen ze ten strijde. Zo niet, dan werden de rituelen een dag later weer uitgevoerd.

Kefamenanu (Kefa)

Kefamenanu is een stadje in de vallei van Bikomi op 195 km van Kupang en ca. 80 km van Seo. Kefa werd ooit door de Nederlanders vanaf 22 September 1922 gebruikt als hoofdstad van de Nederlandse militaire regering. De stad heeft redelijk veel accomodaties om te overnachten en veel katholieke kerken. Het is de uitvalsbasis naar het dorp Tamkessi. De stad word ook wel gezien als het hart van de Ikat weverij.

Tamkessi

Dit is een heel klein dorp 50 km ten noorden van Kefamenanu. Ik vond het zelf het mooiste dorp wat we hebben bezocht. Het spectaculaire landschap waar je doorheen reist op weg naar het dorp is moeilijk begaanbaar maar adembenemend. Soms lijkt het net alsnog je door een woestijn heen rijd compleet met cactussen en kale vlaktes waar je wilde paarden, koeien en geiten tegenkomt. Je hebt hier een geweldig panorama uitzicht over de omgeving. Om het dorp te bereiken met je een stukje een rotsachtige heuvel oplopen. Het dorp is vanaf de weg niet te zien. Het dorp is geheel opgebouwd uit opgestapelde stenen waar de rieten huizen tussen staan. Totaal anders dan de andere dorpen. De koning van dit dorp is een lange iets westers uitziende Indonesische man met een heel vriendelijk gezicht. Ook hier houden ze vast aan bepaalde rituelen. Zo moeten alle jonge mannen eens in hun leven met een levende geit op hun rug gebonden en een kip in de hand, een berg die tegenover het dorp ligt beklimmen, en de geit op een speciaal plateau op de berg slachten en dan helemaal opeten. Dan pas mogen ze weer naar het dorp terugkeren.

Giften in de Traditionele dorpen

Het is gebruikelijk dat men bij het bezoeken van de dorpen een kleine gift achterlaat tussen de RP 20.000 en RP 50.000. Ook neem je altijd voor het hoofd (de koning) van het dorp wat betel-nuts mee. Dit zijn noten waar ze op kauwen in combinatie met kalksteenpoeder en een langwerpige vrucht of een blad. Zie het als een soort pruimtabak. De spugen het rode vocht wat door het kauwen ontstaat dan uit. Overal zie je rode plekken op de grond. De mannen en vrouwen krijgen dan een rode mond en tanden, en het werkt licht verdovend. Je koopt de betelnuts bij fruitkraampjes in de steden. ongeveer 10 noten met wat vruchten of blaadjes voor ca RP 20.000. De vrouwen kauwen vaak op een combinatie van blaadjes en de mannen doen dit met de vruchten.

Vervoer naar West-Timor

El Tari airport is 15km ten oosten van Kupang, daar kom je aan als je naar Kupang vliegt. Je kunt vanaf veel plekken binnen Indonesië vliegen op Kupang, waaronder Java (Jakarta), Bali (DenPasar), Sulawesi (Makassar) en Flores (Ende, Bajawa of Labuan Bajo). Er zijn ook diverse Ferry's die naar Kupang gaan. Vanaf diverse havens op Flores , Alor islands en Sumba. Kijk hier voor een tijdschema van de ferry's

Vervoer en gidsen

In Kupang rijden heel veel Angkot/Bemo busjes. Deze kleine busjes zien er waanzinnig uit. De een nog feller gekleurd dan de ander met veelal religieuze teksten op de buitenzijde en de muziek op 10! Want zoals ze zelf zeggen: geen muziek, geen klanten! Ze rijden van ca 07.00 uur tot ca. 20.00 uur en kosten tussen RP 2000 - RP 5000 binnen Kupang. De verzamelplaats van de busjes is op een plein in het oude centrum langs de boulevard. Officiële Taxi's rijden eigenlijk alleen maar vanaf de luchthaven "El Tari airport" (15 km ten oosten van Kupang) naar de stad of staan bij de luxere hotels. Op de luchthaven koop je een coupon voor een vaste prijs voor een taxi naar de stad voor RP 70.000 Van de stad naar de luchthaven kun je een auto nemen (geen officiele taxi) voor ca. RP 80.000. De officiele taxi's vanaf de luxere hotels zijn een stuk duurder. Er zijn 2 havens ten westen van de stad. Tenau (13 km) voor de fast ferry naar Rote island en Bolok (10 km) voor de Slow Ferry naar Rote island. ca RP. 80.000 Spreek de prijs wel goed af met de chauffeur voordat je instapt.

Een regelmannetje voor vervoer vanaf de haven Tenau terug naar Kupang begon met RP 150.000, uiteindelijk RP 80.000 betaald! Hij probeerde ons eerst nog voor die prijs in een shared car te zetten, maar daar nam ik natuurlijk geen genoegen mee. Shared kost ca. RP 20.000 -RP 25.000 p.p. Voor langere afstanden kun je een bus nemen, die er best netjes uitzien en goedkoop zijn. Maar ze zijn vaak propvol en vrij krap qua zitplaats, zeker voor ons westelingen. Je kunt ook een auto charteren. Wel goed onderhandelen over de prijs. Een auto met chauffeur incl. benzine kost tussen de ca RP 600.000 en RP 1.000.000 per dag (ligt aan de afstand) en een gids kost per dag ca RP 300.000. excl. maaltijden voor de chauffeur en gids. De evt. overnachtingen betalen ze zelf. Eten en drinken is erg goedkoop. Voor ca. €8 eet en drink je al met 4 personen.

De wegen naar de steden bijvoorbeeld Soe, Kefa (Kefamenanu) en Nikki Nikki zijn zeer goed. Ze zijn overal bezig de wegen te vernieuwen. Maar het is toch nog lang reizen omdat je door de bergen moet rijden en het best druk is. Naar de afgelegen dorpen zijn de wegen niet best (lees: heel erg slecht). Je hebt hier eigenlijk een 4WD nodig. Wij hebben het met een SUV gedaan, met de complimenten voor onze chauffeur. Het is eigenlijk niet te doen met een gewone auto. Maar het is hem toch gelukt.