Toon Geschreven door Toon. Foto door: Erik

Cape York is de hoogvlakte in het noorden van Queensland. In grote lijnen begint Cape York bij Laura tot en met  “The Tip”.

De meeste reizigers komen vanuit Cooktown en hebben de mogelijkheid om of via Lakefield (National Park) of via Old and New Laura te reizen.

De afgelopen jaren is veel tijd en moeite gestoken om dit laatste stukje onherbergzaam Australië te ontsluiten. Tot aan het eind van de jaren negentig was het een week rijden door rivieren en bossen om via de “Old Telegraph Road” naar de Tip te komen. Inmiddels zijn de moeilijkste stukken aanzienlijk verbeterd en helaas deels geasfalteerd. Toch bestaat 95% van de weg uit gravelroad en een 4WD is noodzaak.

Als je kiest om via Lakefield National Park te gaan kun je, als je een echter offroadrijder bent overwegen om de track via Cape Melville te rijden. Ga dan vanuit Cooktown niet naar het Oosten maar rijdt direct naar het Noorden, richting Starky-river. De tocht is zwaar maar uitdagend. (zie ook Cape Melville)

Kies je voor een gewone tocht naar “The Tip” reis dan niet van November tot Mei. In die tijd zijn het land en de wegen onbegaanbaar en zijn rivieren onneembaar. Daarnaast zijn alle voorzieningen (lees dieselpompen) gesloten. Het hoge land (tableland) van Cape York laat zijn water naar het zuiden af en niet naar het Oosten of het Westen.

Maar ga je dan toch stel je in op lange dagtochten van plaats naar plaats en beleef de uitgestrektheid van Cape York. Met een goede (huur) terreinwagen, een satelliettelefoon en een brok ervaring is het prima te doen. Stel overal de vraag hoe de omstandigheden zijn en wijk niet af van de wegen en de tracks. Helma heeft goede kaarten en alle tracks die er opstaan zijn met enige voorzichtigheid goed te doen.

Hoe je ook rijdt, via Old Dixy, Laura of Lakefield  je komt altijd bij Musgrave. Een goede pleisterplaats met een kleine winkel en een dieselpomp. De staf is bereid (telefonische) berichten door te geven (makkelijk als je met meerdere auto’s rijdt) De campingground is goed en een leuke attractie zijn de krokodillen in de vijver achter op het terrein. Natuurlijk word je verwelkomd door kangoeroes en wombats. Geniet ook van de vogels en erger je niet aan de soms langs denderende roadtrains met slachtvee. De eigenaar is goed op de hoogte van de tracks en de omgeving. Vraag of hij er even bij komt zitten als je geniet van de grootste hamburgers ooit.

Vanuit Musgrave gaat de road verder richting Coen (spreek uit als “kouwen”). Coen heeft een paar honderd arboiginals inwoners en een kleine supermarkt. De diesel is duur en de koffie niet te drinken. Gebruik Coen voor de hoogstnoodzakelijke inkopen en rijd snel door. De garage is in 2008 gesloten dus er is niemand meer om autoreparaties te doen. (eerste mogelijkheid in Weipa, zie Weipa).

Op de weg naar het noorden kom je na 60 km bij Archer River Road House. Wederom een prima plek om te overnachten. Natuurlijk kun je dat bij dit roadhuis doen maar ook kun je in de rivierbedding gaan staan. Ook hier vind je een restaurant en diesel. Er is wel een bottlshop maar geen supermarkt. Laat een blik vallen op het monument voor de oude dame. Zij heeft tot hoge leeftijd (85 jaar?) een roadtrain met vee bestuurd richting Weipa en Seisa. Helaas is zij hier ter plekke verongelukt. Sta eens stil bij haar leven in deze ruige omgeving, wat een mens.

Als je de weg naar het noorden vervolgt kun je naar een van de mooiste plekken van Cape York, Chilli Beach, ongeveer 20 kmna Archer River Raod House rijd je 150 km naar de Oostkust. Het tropisch oerwoud komt tot de zee en er zijn en paar campingplaatsen gemaakt, direct onder de palmbomen grenzend aan de zee. Je kunt goed met je auto over het strand en geniet van de sterrenhemel die op maanloze nachten tot aan de horizon rijkt. Ga niet zwemmen want Salties (zoutwater krokodillen) kunnen zich verschuilen onder het zand op de vloedlijn. Salties komen 10 km uit de kust nog voor. Natuurlijk heb je in de Australische zomer hier ook last van  stingers (dodelijke kwallen, bekijk deze liever in het museum van Darwin). Blijf je uit de vloedlijn dan is het prima wandelen en genieten.

Terug op de Old telegraph Road heb je na 30 km de kans om naar Weipa (145 km)  te rijden. Een echte mijnstad maar als je er niet echt hoeft te zijn, sla het over. Beter rijd je door naar het Noorden en breng je een bezoek aan Moreton Telegraph station en je geniet van een frisdrank en de enige mogelijk versnapering van een koek uit de oven. Ook hier kun je overnachten maar er is geen diesel.

Wel kun je diesel krijgen bij het 50 km verder op gelegen Bramwell. Een niets zeggende pleisterplaats maar met heerlijke broodjes. Ervaren rijders rijden rechtdoor over de Old Telegraph road andere kiezen toch voor de veiligheid en slaan links met de weg mee. De doorgang rechtdoor is een echte uitdaging, maar vraag in Bramwel wel of het te doen is.

Na 60 km door open en stoffig land kom je een splitsing tegen, als de weg sterk naar links gaat kun je rechts een kleine track op naar Captains Billy landing. Na 90 km schurend oerwoud langs de auto kom je op een mooi strand met een paar voorzieningen. Natuurlijk loop je de kans dat je niet alleen bent, maar druk is het er nooit. Van de vier keer dat wij er geweest zijn waren we er drie keer alleen. Captain Billy was een  Aboriginal die aan Captain Cook vertelde dat hij hier was aangespoeld en eigenlijk een westerling was. Zijn iets wat grotere neus en huidskleur verraadden hem, maar zijn naam blijft voortleven. Maak een grote strandwandeling of loop even weer naar boven en sla linksaf de bush is. Geniet na 100 meter van het geweldige uitzicht en de vele vogels.

Terug op The Old Telegraph Road rijd je verder en je neemt een verfrissende duik bij de Fruit Ball Falls. Omdat overal in Cape York gevaar is voor krokodillen kun je er slecht zwemmen maar onder een waterval zitten ze nooit. Verjaagd door het geraas. Ook  heb je mooie campingplaatsen en bijna niemand blijft hier overnachten. Smeer je wel goed in tegen de muggen en geniet van de stilte als je ’s morgens een verfrissende duik neemt.

Als je op tijd weg gaat kun je voor de middag nog de Jardin River kruisen. De pont vaart tussen 12 en 13:30 niet. Maar heb je hem gehaald betaal je voor twee oversteken (neem je de boot terug moet je dat uitdrukkelijk erbij zeggen) maar je hebt wel direct betaald voor de toegang in Jardin River National Park (Aboriginalland).

De ingang naar de track die leidt naar  Ussher Point is lastig te vinden, maar zeer de moeite waard. Vroeger kon je van Ussher Point over het strand (en de duinen) naar Summerset maar nu is de doorgang geblokkeerd en verboden. Wel kun je hier een mooie tocht over het strand rijden. Het waait er altijd maar boven in de duinen vind je een paar beschutte plekken. Ook kun je onderaan in de duinen staan, maar hier verzamelen ook de vliegen en  muggen. Een tocht door naar de Escape river is een uitdaging en zeker de moeite waard.

En dan bijna bij “The Tip” eerst door Bamaga naar Seisia en hier een nacht overnachten Seisia en Bamaga liggen 5 km van elkaar en hebben beide goede voorzieningen. In Seisia vind je een mooie camping maar wel uitgesproken duur. Voor het zelfde geld slaap je heerlijk in Hotel Bamaga en geniet daar van een heerlijk maal. Ja, ze hebben er oesters en ’s morgens ontbijt op je eigen terras na een duik in het zwembad.

In Seisia vertrekt dagelijks de boot naar de Thursday eilanden (boeken bij de receptie van de camping). Na het inslaan van enige proviand en diesel kun je je tocht voortzetten naar Summerset. Bezoek hier de ruïnes van  een van de oudste vestigingen op Australisch grondgebied en laat je gedachten de loop bij de aanblik van de Japanse graven. Een geweldige tocht door de duinen en het strand leid je via een omweg terug naar Bamaga. Maar ook hier kun je natuurlijk overnachten op het strand.

Een bezoek aan “The Tip” is natuurlijk het belangrijkste. Neem voldoende water mee immers als je je auto hebt geparkeerd is het nog een half uur klauteren over de rotsen maar daarna sta je wel op het meest noordelijkste puntje van het vasteland van Australië.