In Nepal tijdens de verwoestende aardbeving in 2015

Celeste - Geschreven door Celestevh. Foto door: Celestevh

18 april 2015, de dag waarop mijn avontuur begon! Mijn allereerste verre reis stond voor de deur. Ik vertrok naar Nepal om vrijwilligerswerk te doen bij gehandicapte kinderen. Wat was ik zenuwachtig! De dagen voor mijn vertrek waren spannend, omdat ik met een grote ontsteking in mijn lies kampte, maar het akkoord van de arts was er en ik kon gaan! Mijn ouders, wat vrienden en mijn (nu ex)vriend brachten me naar Schiphol en zwaaiden me uit. Huilend liep ik langs de douane. Het liefst zou ik terug rennen en met mijn ouders naar huis gaan, maar dit was de dag waar ik al een half jaar naar uitkeek! In Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, zocht ik in mijn eentje de weg op het vliegveld. Gelukkig wist ik dat ik buiten opgewacht werd door iemand van the Green Lion, de organisatie die mijn vrijwilligerswerk en accommodatie regelde.

De eerste bevingen

De eerste dagen in Kathmandu stonden compleet in het teken van introductie; de cultuur, buurt en de taal leren kennen. Samen met de andere vrijwilligers heb ik zes dagen lang veel geleerd, gezien, gedaan, geproefd en genoten! Het was een geweldige tijd en ik zou het voor geen goud hebben willen missen.

Op dag zeven, 25 april 2015, veranderde alles! Wat begon als een mooie dag, waarop ik samen met wat andere vrijwilligers de wijk Thamel inging, eindigde als de meest indrukwekkende dag in mijn leven. We waren onderweg om wat benodigdheden te kopen en toeristische plekken te bezoeken, toen we plots een rare trilling voelden. Het leek alsof er een vrachtwagen door de straat reed, maar toen ik om me heen keek, zag ik dat er nooit een vrachtwagen door dit smalle straatje kon rijden. Het trillen werd steeds heviger en ik begreep niet wat er gebeurde. Ik volgde mijn vrienden die een klein, laag gebouw in renden. De grond trilde hevig, ijzeren rolluiken kletterden naar beneden, stenen vielen en ramen klapten uit elkaar. Ik probeerde met man en macht een trapje op te rennen, maar door het geweld van moeder natuur werd ik tegen een muur geslingerd. Mijn duim klapte dubbel en ik voelde een pijnscheut in mijn oor. Ik moest naar mijn vrienden. Ik moest bij hen zijn! Ik krabbelde overeind en rende door tot vriend Brian me naar binnen trok en vriendin Lotte over me heen dook om me te beschermen. We wachtten en wachtten… Ik weet nog dat ik dacht: dit is geen aardbeving, dat overkomt mij niet! Ik voelde de angst van de anderen en wachtte af tot alles voorbij zou zijn. Na ongeveer 45 seconden, die voelde als een eeuwigheid, stopte de aarde met grommen en trillen. Ik stortte op mijn knieën en begon te huilen. Lotte trok me omhoog, bekeek mijn oor, mijn arm, mijn duim en besloot alles te ontsmetten. Lelijke schaafplekken bevestigden mijn gevecht met de muur. Na een korte tijd besloot ik mezelf bij elkaar te rapen. Dit is niet oké en dit is zeker niet het moment om te gaan huilen, dacht ik. Ik keek naast me, waar vriendin Iris met tranen in haar ogen stond te kijken. 

We overlegden met z’n allen wat te doen en concludeerden dat het ergste was geweest en er hooguit wat na-schokjes zouden volgen. We besloten onze weg te vervolgen. Zodra we de hoek om liepen, hield een wild gebarend verkoper ons tegen. Hij wees naar een gebouw, dat gevaarlijk ver voorover boog en waar grote stenen uit vielen. Het was daar duidelijk onveilig. We vroegen de verkoper of dit vaker gebeurt. Hij antwoordde dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt. Meestal zijn er kleinere aardbevingen met weinig schade, maar dit, dit was anders volgens de verkoper. De aarde begint te grommen, waarop het opnieuw hevig begint met schudden. De verkoper schreeuwde dat we naar boven moesten kijken en Lotte en ik hielden elkaar stevig vast. De aarde schudde bijna net zo hevig als hiervoor en het leek weer een eeuwigheid te duren. De ijzeren rolluiken voor de winkelramen maakten een oorverdovend kabaal. Ik hoorde mensen vallen, schreeuwen en huilen. Mensen klampten zich vast aan alles wat ze tegenkwamen. Het was weer over. Weer een aardbeving overleefd. Ik grapte dat niet iedereen kan zeggen twee aardbevingen te hebben overleefd. Adrenaline gierde door mijn lichaam en ik had een raar, vrolijk gevoel, ook wel overlevingsdrang genoemd. We besloten naar het huis van onze gastouders te gaan.

Chaos en paniek

De ravage die we onderweg naar het huis zagen, leek zo onwerkelijk; ingestorte gebouwen en midden op de weg een taxi waar een telefoonpaal bovenop lag. Ik weet niet of er iemand in de taxi zat en eerlijk gezegd wilde ik dat ook niet zien. Er waren gewonde mensen, krijsende mensen en veel paniek. Het leek wel een film. Het leek alsof ik daar niet was, alsof mij dat niet overkwam. Keer op keer volgden er nieuwe bevingen. Steeds weer zette ik me schrap en hoopte dat ik het zou overleven. Ondertussen probeerde ik met man en macht mijn gastvader te bereiken, maar het telefoonverkeer lag helemaal plat. We liepen en liepen en zagen kruispunten vol mensen. Er was zoveel paniek en zoveel onbegrip.  Ik keek omhoog en dacht een hele zwerm vogels te zien, maar het bleken vleermuizen te zijn. Vleermuizen, op klaarlichte dag. Alles was wakkergeschud, letterlijk. Na een wandeling van ruim anderhalf uur, waren we nog lang niet op onze bestemming. Het was nu al 20 minuten rustig. We besloten te wachten. Misschien zou er een bus passeren. Toevallig reed er inderdaad een bus, onderweg naar de garage. We smeekten of we mee mochten, gezien we vlakbij zijn garage moesten zijn. Tegen grove betaling mochten we mee. Onderweg zagen we een huis dat volledig was ingestort. Later bleken hier meer dan 20 meisjes te zijn omgekomen. De grond was op meerdere plaatsen verzakt.

Terug bij het gastgezin

Eenmaal aangekomen bij ons huis klopten we hard op het hek, bang voor wat we te zien kregen. Het hek ging open en daar zat onze complete gastfamilie, hoopvol wachtend op onze terugkomst. Blijer dan dit kon je me op dat moment niet maken, voor zover we nu wisten was iedereen veilig. We werden geknuffeld en kregen eten, drinken en de tijd om ons verhaal te doen. Er werd in een half ontdooide vriezer wat ijs gezocht voor mijn gezwollen duim. Mijn gastvader vertelde dat ook de andere vrijwilligers veilig waren.

Iris ontving een bezorgd sms'je van haar vader. Het nieuws heeft zich dus al verspreid. Ik vroeg me af of mijn ouders al lucht hadden gekregen van het nieuws en belde mijn vader. Hij nam op. "Hey paps! Ik weet niet of jij..", zei ik. Het enige wat ik aan de andere kant van de lijn hoorde, is een grote snik, een vloek en "Jezus, wat ben ik blij!" Ik hoorde mijn oma op de achtergrond schreeuwen "Is dat Celeste?! Is dat ze?!" Ik vertelde wat er was gebeurd, dat ik veilig was en dat ik bij mijn gastouders in de tuin zat. Vervolgens belde ik mijn moeder, die nog heftiger reageerde. Ze huilde en schreeuwde en ik kon eigenlijk alleen maar lachen, omdat ik op dat moment niet door had hoe heftig alles werkelijk was en het leek alsof emoties geblokkeerd werden. Later gingen de andere vrijwilligers, de gastvader en ik de straat op om anderen te helpen.

 

De volgende dagen

Pas de ochtend na de eerste beving, wanneer wonder boven wonder de krant verscheen, werd duidelijk hoeveel schade de aardbeving heeft aangericht en nog steeds aan het veroorzaken was. De nachten waren het ergst. We sliepen buiten vanwege instortingsgevaar. We wisten niet of en wanneer er weer een beving zou plaatsvinden. Mijn lichaam was kapot van alle stress, waardoor ik kon slapen. In mijn slaap werd ik ruw wakker geschud door moeder aarde en moest ik rennen voor mijn leven. We renden naar het midden van een grasveld, dat was de veiligste plek. Tijdens een van mijn sprintjes, was de natuur me weer te slim af. Ik viel hard op mijn knieën, krabbelde op, rende door en liet me midden op het veld vallen. Op mijn knieën zaten diepe wonden. Na de beving strompelde ik terug naar mijn bedje, waar ik stilletjes in een hoekje huilde. Ik was kotsmisselijk van alles, van de bevingen, van de pijn en de stress.

Mijn gastvader en de andere vrijwilligers gingen weer op pad om te kijken of ze ergens hulp konden bieden. Ik was ontzettend bang, had een slecht voorgevoel en ging niet mee. Ik durfde de straat niet meer op. Iedereen zei dat het oké was, dat ik even voor mezelf moest zorgen. Brian, mijn steun en toeverlaat in deze zware tijd, kwam naar me toe en gaf mij een ketting die hij een dagen eerder bij een tempel kocht. "Pas goed op jezelf, engel," zei hij, waarna de groep het hek uit liep. Na minder dan tien minuten trof een zware beving Kathmandu opnieuw. Vol spanning en angst wachtten mijn gastmoeder, -zusje, -broertjes en ik of er iemand terugkwam. Na een poosje kwamen mijn gastvader en vrijwilliger Mandy binnengestormd. Ze vertelden ons dat iedereen in orde was en dat ze zich gelukkig in een vrij open omgeving bevonden.

De dagen die volgden duurden lang, ontzettend lang. De onzekerheid en de angst waren slopend. Ik probeerde het thuisfront zoveel mogelijk op de hoogte te houden. Voor hen was de situatie net zo vermoeiend. Niet wetende of ik nog in leven was, tot ik weer een berichtje stuurde waarin ik melde dat het goed ging. In eerste instantie gaf ik aan heel graag te willen blijven. Dit zou wel weer overgaan en dan kon ik mijn reis vervolgen! Helaas was deze droom al snel onwerkelijk door voedselschaarste, ziektes en gebrek aan water. Ik gaf aan dat ik naar huis wilde.

Het afscheid

Mijn ouders, de schatten, regelden mijn vlucht. SOS International stelde mijn vader vragen en plaatste me in de categorie lichtgewond. De volgende plek die vrijkwam, werd voor mij gereserveerd. Dinsdagavond zou mijn vlucht gaan, mits het vliegveld weer open was. Ik kon mijn geluk niet op! Er was een goed vooruitzicht en een einde aan dit alles.

Nu lijkt het, alsof alles een en al ellende was. Natuurlijk was de situatie ellendig, maar dat wil niet zeggen dat er niets fijns is tijdens zo’n vreselijke gebeurtenis. Ik heb prachtige vriendschappen opgebouwd in die ene achtertuin in Kathmandu. De meest angstige momenten in mijn leven heb ik doorgebracht met mensen die ik amper kende, maar die ik door dit alles zoveel beter heb leren kennen dan menig 'vriend' hier in Nederland. Brian, die o zo lieve Brian, heeft ervoor gezorgd dat ik me soms nog een beetje goed voelde. Als ik bang was, was hij daar. Als hij bang was, was ik daar. We begrepen elkaar en vulden elkaar aan waar nodig. We speelden spelletjes, voetbalden, vertelden elkaar verhalen en beurden elkaar op. Die jongen, heeft zo'n grote plek in mijn hart veroverd! We hebben ook nog steeds contact en er komt hoe dan ook een dag dat ik hem nog eens zie! Ook Lotte speelt een grote rol in de herinneringen die ik heb aan die tijd! Vlak nadat we terugkwamen uit Nepal, zijn  we samen naar een festival gegaan. Lotte heeft daarna nog een aantal keer geprobeerd contact met me op te nemen, wat ik een beetje afhield. Dat deed ik omdat ik kampte met posttraumatische stressstoornis. Op dat moment kon ik het niet aan haar te woord te staan. Misschien moet ik haar maar weer eens een berichtje sturen, want het is een schat van een meid die ik ook altijd dankbaar zal blijven voor haar positiviteit en steun!

Het afscheid in Kathmandu viel me zwaar. Ik heb vreselijk gehuild. Natuurlijk was ik blij dat ik naar huis ging, maar ik moest dierbaren achterlaten. Hopend dat ze het er net zo goed van af zouden brengen als ik, zwaaide ik nog een maal voordat de taxi wegreed. Onderweg naar het vliegveld, zag ik voor het eerst sinds een paar dagen de buitenwereld. Al die tijd heb ik in mijn veilige haventje doorgebracht. Het was zo onwerkelijk de stad te aanschouwen. Ik rook de geur van de dood, ik zag totale ravage en hoorde het verdriet. Ik voelde me schuldig, schuldig dat ik naar huis ging en al deze hulpeloze mensen achter me liet. Ik besloot op een dag terug te komen en te kijken wat er opnieuw geworden is van het, tot voorheen, zo vredige Kathmandu.

De vlucht naar huis

Het vliegtuig dat medepassagiers en mij naar Abu Dabi zou brengen, heeft eerst drie uur boven het vliegveld gecirkeld en stond op het punt zonder passagiers terug te keren naar India, omdat er geen plaats was om te landen. Het moment waarop het vliegtuig landde, was het feest op het vliegveld! Iedereen omhelsde elkaar, feliciteerde elkaar en zocht zijn weg naar de gate. We konden gaan! Toen het vliegtuig in beweging kwam, we over het land raasden en we de grond onder ons lieten, was iedereen doodstil tot de piloot omriep "Congratulations everyone! You just left the emergency side of Nepal!" De tranen stonden in mijn ogen en de jongen naast me, met wie ik toevallig op het vliegveld al veel tijd had doorgebracht, trok me tegen zich aan. Ik ben in slaap gevallen.

Aangekomen in Abu Dabi, contacteerde ik mijn ouders en zocht ik de business class lounge. Dat was een groot contrast! Ik had een business class ticket, omdat dat het enige beschikbare ticket was. Ik had vijf dagen niet gedoucht, droeg stoffige, stinkende kleren en had al een paar dagen niet normaal gegeten. Ik werd heel vies aangekeken vanachter de balie, waar ik mijn ticket liet zien. Het moet er wel grappig uit hebben gezien; een vieze backpacker in de business class lounge! De vrouw achter de balie bekeek mijn ticket. Haar ogen werden groot en ze keek me vol ongeloof aan. Ze vroeg of ik echt uit Nepal kwam, waarop ik alleen maar vermoeid kon knikken. Ik werd geknuffeld, er werd geroepen naar collega's en ik werd onmiddellijk meegenomen. Ik werd behandeld als een heilige. Ik kreeg felicitaties en er werd me continu verteld dat ik blij mocht zijn dat ik nog leefde. Ik vroeg of ik me ergens kon opfrissen. Ik werd meegenomen naar de grootste badkamer die ik ooit heb gezien. Daar heb ik misschien wel een uur onder de douche gestaan. Ik heb mijn haar drie keer gewassen, mijn wonden schoongespoeld, zoveel zeep gebruikt dat het putje bleef schuimen. Nog nooit was ik zo blij met een douche. Ik heb ongeveer twaalf uur in de lounge doorgebracht. Ik zag beelden van Nepal op CNN en ik huilde. Ik heb gegeten, gedronken, contact gehad met Brian en  geslapen. Mijn vader stuurde me dat hij zou zorgen dat de media weg bleef op Schiphol. Hij had al meerdere telefoontjes gekregen met de vraag of ik geïnterviewd kon worden. Moe begon ik aan het laatste stuk van mijn reis. Onderweg werd er voor me gezorgd alsof ik een prinses was.

Thuis

Op woensdag, 29 april, landde ik op Nederlandse bodem. Ik stapte het vliegtuig uit en daar, om het hoekje, stond mijn moeder. Ik was zo blij haar te zien! Ik knuffelde haar en keek naast haar. Naast haar stond een man in een zwart pak. De man schudde mijn hand, stelde zich voor een heette me welkom terug in Nederland. Hij leidde ons naar een deur aan de zijkant van de slurf. Wat bleek, ik werd door de marechaussee begeleid door de koninklijke uitgang, om de media te vermijden. Weer een ervaring rijker! Vijf minuten nadat ik het vliegtuig uit liep, stond ik bij de auto van mijn ouders. Mijn vader, moeder, broer en broertje bij me. Ik was thuis, ik was veilig.

De weken na mijn thuiskomst waren misschien wel moeilijker dan de periode in Nepal. Ik werd behandeld alsof ik breekbaar was. Iedereen had medelijden met me. Mijn toenmalige vriend kon het allemaal niet aan en heeft me na een relatie van vier jaar verlaten. Mijn zogenaamde 'vrienden' voelden zich achtergesteld en hebben het contact met me verbroken. Ik heb me een poosje niet eens op straat willen begeven, bang voor blikken vol medelijden.

De ervaring heeft me sterker gemaakt. Ik ben dankbaar voor alles dat ik heb. Niets is vanzelfsprekend. Ik ben een totaal ander persoon, mede dankzij de liefde van mijn leven, die ik net lang na alle ellende ontmoette. Hij heeft me gesteund waar hij kon, ook toen ik kampte met het posttraumatische stressstoornis en ik de meest onmogelijke persoon om mee samen te leven was. Nog elke dag is hij heel geduldig als ik weer eens uit het niets begin te vertellen over Nepal of bang ben en iets denk te voelen of horen. Ook mijn ouders ben ik ontzettend dankbaar! Ik heb respect voor hoe ze met de situatie zijn omgegaan. Ik kan me niet voorstellen wat voor indruk het op hen heeft gemaakt. De kracht die die twee mensen hebben is onvoorstelbaar! De liefde voor mij is oneindig en dat hebben ze op alle mogelijke manieren laten merken. Ik ben iedereen die er in die tijd voor me is geweest, meer dan dankbaar. Een diepe buiging voor jullie!

Vandaag de dag, staat een nieuwe reis naar Nepal nog niet op de planning. Wel ga ik in september met mijn lieve vriend drie weken door Europa treinen! De reislust is er zeker nog, de moed om naar Nepal te gaan nog niet. Maar lieve Nepal, mooie Kathmandu en meest geweldige gastfamilie die ik me kan wensen, tot ooit!