Aboriginals

Hoe staan de aboriginals tegenwoordig in de Australische maatschappij, en hoe is dat vanuit historisch-geografisch perspectief te verklaren?

De positie van de aboriginals voor de komst van de blanken 

Rond 50.000 voor Christus vestigden de eerste aboriginals zich in het land dat nu Australië heet. Deze mensen kwamen waarschijnlijk uit Zuid-Oost Azië, en slaagden erin via de Indonesische eilanden het Australische vasteland te bereiken. Ze zijn met kano's en over tegenwoordig verzonken landbruggen naar het vasteland gegaan. In de laatste ijstijd stond de zeespiegel aanzienlijk lager dan nu, en via de Indonesische eilandjes was de oversteek dus redelijk goed te doen, zonder de kust uit het oog te verliezen. Ze kwamen er op zoek naar nieuwe jachtvelden. De mensen leefden gedurende tienduizenden jaren afgesloten van de rest van de wereld. Behalve aan natuurlijke veranderingen is het volk aan vrij weinig veranderingen onderhevig geweest, totdat de blanken kwamen. Het enige bezoek dat de aboriginals zo af en toe kregen was van zeekomkommerverzamelaars uit Nieuw-Guinea, maar daar hadden de aboriginals zelf vrijwel niets mee te maken.

De aboriginals ontwikkelden een heel eigen cultuur en leefwijze. Ze leefden in stammen. In totaal waren dat er waarschijnlijk zo'n 800, samen ongeveer 300.000 mensen. De stammen verspreidden zich over het hele vasteland van Australië en vonden ook hun weg naar Tasmanië, en andere eilanden voor de kust, die toen nog vanwege de veel lagere waterstand deel uitmaakten van het grote continent. Sommige stammen leefden in de woestijnen en tropische regenwouden, maar vooral in de belangrijkste riviergebieden, kustvlakten en bergen. Door de verschillen in klimaat hadden de aboriginals van het zuiden (kouder) na verloop van tijd een andere lichaamsbouw dan die uit het noorden en het centrum (warmer) van het land. In de koudere streken was de bevolking vrij klein en dik, de aborigines in warme gebieden waren over het algemeen lang en slank.

verspreidingsgebieden van de aboriginals Klimaatzones

De aborigines hebben een eigen geloof over hoe ze hier belandt zijn. Ze geloven niet dat ze echt uit Zuid-Oost Azië afkomstig zijn. Ze geloven in de “Droomtijd”. Dat heeft niks te maken met wat je in je slaap doet, maar het is het gevoel van verbondenheid met het land, en het geloof dat de voorouderlijke geesten de wereld gemaakt hebben. Hun kracht hebben ze overgebracht in het leven op aarde. Toen het land af was hebben de voorouders zich teruggetrokken in de vorm van planten en dieren, maar ook als bijvoorbeeld water en rotsen. Volgens de aboriginals blijven de voorouders nieuw leven maken. Daarvoor moesten ze wel vereerd worden, dat is zeer belangrijk in het leven van de aboriginal. Dat vereren kan in de vorm van totems, religieuze dansen, liederen en ceremonies. Hiermee houden ze contact met de voorouders. Een totem is geen paal zoals bij de indianen, maar kan bijvoorbeeld een plant of rots zijn.

De Ayers Rock, of “Uluru”, zoals de aboriginals hem noemen, is misschien wel de bekendste (en grootste!) totem. Het is een enorme rots midden in Australië, die iedereen die iets van Australië heeft gezien kent. Als een kind werd geboren wanneer er bijvoorbeeld een kangoeroe in de buurt was zal het zich daar altijd mee verbonden voelen, en er nooit op jagen of er van eten. Daarop stond zelfs de doodstraf, omdat de aboriginal er tenslotte zelf uit was voortgekomen. Voorouders werden ook vaak afgebeeld, bijvoorbeeld op boombast of rotsen. Het verbandschap tussen de aboriginals en het land was zo hecht dat het hun spirituele dood betekende als ze werden verjaagd. Ongehoorzame aboriginals werden dan ook verbannen. Als een aboriginal zijn land werd ontnomen dan werd hem daarmee de droomtijd ontzegd, wat betekende dat zijn geest na de dood niet terug kon keren in een rots, boom of menselijke gedaante. Het was belangrijk dat een stam een religieuze eenheid vormde, dat was belangrijker dan individuele zelfstandigheid.

Eigenlijk klopt de term “aboriginal” niet helemaal. Het schept verwarring, omdat je dan denkt dat het één bepaald volk is. Er leefden voor de komst van de Europeanen ongeveer 500 stammen, welke onderling sterk konden verschillen. Een stam was opgedeeld in groepen van zo'n 20 tot 50 mensen. Elke stam had zijn eigen gebied en taal. Wel was er contact tussen de verschillende families, bijvoorbeeld om handel te drijven, huwelijken te sluiten en ceremonies uit te wisselen. Handel drijven betekende natuurlijke goederen ruilen, zoals voedsel, oker, gereedschap en mantels, maar ook rituele eigendommen, zoals heilige ceremoniële voorwerpen, liederen en dansen. Conflicten tussen stammen waren er waarschijnlijk weinig.

Trouwen mocht niet binnen een familie, het stond vast welke families met elkaar mochten trouwen, de kinderen werden dus uitgehuwelijkt, van liefde was meestal geen sprake. Naast deze bijeenkomsten leefden de families vrijwel apart van elkaar. Ze hadden ieder hun eigen terrein met daarop spirituele verschijnselen zoals rotsen of een rivier. De verhalen over deze plaatsen moesten generatie op generatie worden doorverteld, om het land in leven te houden. Een familie bestond dus uit twintig tot vijftig leden, met ieder een eigen taak. De taak van medicijnman werd bij de geboorte aangewezen, andere taken konden door ceremonies behaald worden, om te stijgen op de maatschappelijke ladder. Door bepaalde riten kon men over geheime kennis gaan beschikken, maar dat was niet voor iedereen weggelegd.

We denken dat er zo'n 250 verschillende talen werden gesproken, er was geen gezamenlijke taal. Waarschijnlijk konden sommige stammen wel met elkaar praten, en anderen niet. Sommige dialecten leken op elkaar. Maar communicatie ging bij sommige stammen ook via gedachten. Leden van een familie hadden geen woorden nodig om elkaar te begrijpen.

De mensen leefden als nomaden. Ze trokken van plaats naar plaats, zodat het land nergens uitgeput zou raken. Ze waren vooral te vinden in de buurt van water en voedsel, vaak in de groene kuststreken, maar ook in de woestijn konden verschillende families overleven. Het was dan eigenlijk wel logisch dat de stammen die in de woestijn overleefden een groter territorium hadden dan stammen die in vruchtbare gebieden leefden. Het territorium was meestal gemarkeerd door natuurlijke grenzen, zoals rivieren, woestijnen en bergketens.De vrouwen hadden bij het vinden van voedsel een belangrijke taak. Zij hadden een grote kennis van de natuur en wisten precies wat eetbaar was en wat niet. De vrouwen wisten precies waar voedsel gevonden kon worden. Ze keken ook goed naar de natuur omdat sommige dieren hen bij lekkere dingen brachten. Zij letten bijvoorbeeld altijd heel goed op naar welke boom bijen vlogen, om vervolgens de honing eruit te halen. Het enige bezit dat de vrouwen hadden waren hun houten kommen en gevlochten manden, waar zelfs water in vervoerd kon worden zonder dat het lekte.De mannen jaagden op dieren zoals emoes en kangoeroes. De voorwerpen die bij het jagen en verzamelen en bij andere bezigheden werden gebruikt verschilden per stam. Aan de kust waren andere materialen en ander voedsel te vinden dan in een woestijn. Maar doordat men handelde werd het aantal materialen groter. Voor de jacht gebruikten de mannen meestal speren, speerwerpers, knuppels, boemerangs, schilden, stenen bijlen, graafstokken en allerlei soorten netten. Om vis te vangen gooide men vaak een plant in het water met een verdovend effect, waardoor de vissen makkelijker te vangen waren. Daarnaast werd er ook gebruik gemaakt van netten en hengels. Het eten werd gemalen met mortels en stampers. Vrijwel alles van plant en dier werd gebruikt, van de botjes werden bijvoorbeeld naalden gemaakt, en vezels werden gebruikt voor manden, tassen en matten. De aboriginals waren totaal niet materialistisch, ze namen alleen het hoognodige mee, omdat ze simpelweg geen waarde hechtten aan bezit, en vanwege hun nomadische levensstijl, waarbij het meevoeren van veel bezittingen alleen maar een last was. Zo leefden de aboriginals tienduizenden jaren in rust en vrede, totdat de komst van de Europeanen hun leven en cultuur voorgoed zouden veranderen.

De komst van de Europeanen (1770-1868)

In de tweede eeuw na Christus, toen men nog dacht dat de aarde plat was, had de Griekse kaartenmaker Ptolemeus al het idee dat er op het Zuidelijk halfrond een groot continent moest liggen. Dit idee bleef tot in de zeventiende eeuw bestaan. Het was ontstaan uit een soort evenwichtstheorie. Er moest op het Zuidelijk halfrond net zo veel landmassa zijn als op het Noordelijk halfrond, anders zou de aarde niet in evenwicht zijn en kantelen. Het nog niet ontdekte continent werd “Terra Australis Incognita” genoemd, dat met het Onbekende Zuidland vertaald kan worden. In de zestiende eeuw werden de Spanjaarden nieuwsgierig naar Australië. De Portugese ontdekkingsreiziger Mendez zeilde in 1522 langs de oostkust. Pas in de 17 e eeuw ging men serieus op onderzoek uit. Zo'n reis was erg gevaarlijk, en kostte veel tijd en geld. Maar de reden om toch te gaan varen was wel een goede. Men dacht dat er goud en zilver zou zijn, omdat in landen op dezelfde breedtegraad deze kostbare metalen werden aangetroffen. De Nederlanders deden belangrijke ontdekkingen in de tijd dat de kolonisatiedrift van Holland op gang kwam. De Nederlander Anthony van Diemen gaf de opdracht voor de eerste expeditie, hij was gouverneur-generaal van de V.O.C., de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij was benieuwd of er misschien handel kon worden gedreven met het nieuwe Zuidland. De eerste Nederlander die in Australië aankwam was Willem Janszoon. Hij voer vanaf Nieuw Guinea en kwam rond 1605 terecht in Noord-Australië bij Kaap Keer Weer, die nu Cape York heet. Omdat hij er geen mensen aantrof keerde hij terug. Tien jaar later, in 1616 zette Dirk Hartogh in West-Australië voet aan wal. Zeilend vanaf het eiland Java legde de Groninger Abel Tasman in 1642 aan op de kust van Tasmanië, dat hij toen Van Diemensland noemde, naar de leider van de expeditie. Maar ook hier werden geen mensen ontdekt, dus stelde men vast dat hier ook niks te verhandelen was. Deze drie expedities gingen en vonden allen niets dat hen kostbaar leek, geen metalen, en de bewoners werden niet gezien, op een enkele naakte “wilde” na. Toen Van Diemen stierf stopten ook de Nederlandse expedities. Nederland had toen nog geen interesse in het grote continent “waar niks te halen viel”, maar wilde de ontdekking wel geheimhouden. In 1688 zette toch de eerste Brit, William Dampier, voet aan wal aan de Australische westkust. Maar ook hij was negatief over het land. Door verhalen over het dorre land en zijn inheemse bevolking verloren de Britten hun belangstelling. Pas een eeuw later kreeg de Britse Kapitein Cook de opdracht om een deel van het Grote Zuidland voor Engeland te claimen. Kapitein Cook kwam in 1770 in Botany Bay aan, maar men had toen nog niet zoveel interesse in het land. Men wist niet zo goed wat men er mee moest. Wel beschreef Cook vruchtbare grond, drinkwater en hout en zandsteen voor de bouw van huizen. De eerste jaren werd er nog niets met het land gedaan, maar toen in 1776 Noord-Amerika (voorheen Engelse kolonie) onafhankelijk werd had Engeland een probleem. Noord-Amerika had als Engelse gevangenis gediend, alle misdadigers werden daarheen verbannen. In Engeland zaten de gevangenissen overvol, dat was ook niet zo gek, aangezien mensen voor de kleinste vergrijpen, zoals zakkenrollen en het stelen van een brood al tot levenslang werd veroordeeld. Deze straffen werden regelmatig omgezet in verbanning naar Noord-Amerika. Nu Noord-Amerika onafhankelijk werd had Engeland een probleem. Amerika had als Engelse gevangenis gediend. Nu het onafhankelijk was zou het “eiland” Australië de perfecte kolonie zijn. Op 26 januari 1788 kwam “The First Fleet” aan in Australië, met in totaal 1030 mensen aan boord. Deze mensen waren over het algemeen alleen bekend met hun eigen directe omgeving en hadden geen idee hoe te overleven op een continent dat volgens hen zo weinig voedsel opleverde. Omdat de gevangenen en hun bewakers een nieuwe kolonie moesten stichten lag de leeftijd gemiddeld rond de 27 jaar, maar naar het ambacht was niet gekeken, vandaar dat de eerste groep in het geheel niet opgewassen bleek tegen de taak om voedsel te verbouwen. Omdat Botany Bay in werkelijkheid niet voldeed aan de beschrijvingen verhuisde de hele onderneming naar Port Jackson, de huidige haven van Sydney. Tekort aan voedsel was ook daar het grootste probleem waar de nieuwe bewoners mee te maken kregen. Ook de kennismaking met de aboriginals verliep niet zo vlot. Ze waren agressief tegenover ‘de indringers'. Om deze problemen op te lossen werd na een paar jaar een deel van de dwangarbeiders naar een nieuwe strafkolonie, Norfolk Island, overgebracht en kregen ex-gevangenen een stuk land toegewezen om te cultiveren. De soldaten en officieren hadden het voor het zeggen en gebruikten hun posities voornamelijk om er zelf rijker van te worden. De officieren hadden de kolonie volkomen in hun greep doordat zij de belangrijke rumhandel beheersten. De groep officieren ging dan ook als het “rum corps” de geschiedenis in. Gevangenen deden tegen betaling in rum extra werk, waardoor de officieren slapend rijker werden. Pas in 1809 lukte het gouverneur Lachlan Macquire om aan de praktijken van de corrupte officieren een einde te maken. Onder hem kwam New South Wales voor het eerst tot bloei. Overal werden nieuwe nederzettingen gesticht. Na Norfolk Island was de volgende strafkolonie het eiland Tasmanië, toen nog Van Diemensland . Op dit eiland waren vele aboriginals uitgemoorde en vergiftigd omdat ze als concurrenten voor de jacht weren gezien.. De kolonisten jaagden op het wild in de directe omgeving maar later trokken ze steeds verder de wildernis in om nieuw voedsel te schieten. De aboriginals, die van hetzelfde voedsel moesten leven, vormden een bedreiging en werden daarom afgemaakt. Ook werden vanaf 1830 alle aboriginals in Tasmanië in reservaten gedreven, of ze wilden of niet. In een kleine dertig jaar tijd was bijna de hele oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Op het eiland, leefde vanaf 1876 al geen enkele raszuivere aboriginal meer. Het waren er eerst zo'n 4.000. Macquire was een man van het volk. Het was een liberale, emancipatiegezinde gouverneur en zette zich in voor de rechten van de gestraften. Hij was streng maar rechtvaardig. Hij was niet echt populair bij de vrije kolonisten, omdat deze de gedetineerden minachtten. Macquire probeerde de reputatie van de strafkolonie te doen vergeten zodat er meer vrijwillige kolonisten zouden komen. Kapitein Mc Arthur voerde het merinosschaap in en legde daarmee de basis voor de schapenteelt in Australië. Ex-gevangenen werden als gelijkwaardige burgers in de samenleving opgenomen. Macquire was ook de eerste die probeerde in harmonie te leven met de aboriginals, hij wilde ze liever opvoeden dan uitroeien.Toen in 1822 de “Engelse Wolwet” werd uitgevaardigd veranderde er het een en ander in Australië. Deze wet bepaalde dat er in Engeland zelf meer wol geproduceerd moest worden om niet meer zo afhankelijk te zijn van Duitsland. Het probleem was echter dat Engeland zelf niet groot genoeg was om zoveel schapen te laten grazen. Australië bood voor de tweede keer uitkomst. In de volgende jaren emigreerden duizenden Britten naar Australië om er een nieuw bestaan op te bouwen. Deze nieuwkomers hadden het in het begin ook moeilijk, omdat er een groot tekort aan arbeiders was. De grond was vrij verkrijgbaar en iedereen wilde landeigenaar worden, natuurlijk wilde niemand in loondienst gaan werken. Om dit op te lossen werden dwangarbeiders die niet vluchtgevaarlijk werden geacht, van hun boeien ontdaan en te werk gesteld als veedrijver. Toen South Wales in 1839 als nieuwe onafhankelijke kolonie werd benoemd werd besloten het land te gaan verkopen, zodat niet iedereen meer zomaar land kon gaan bezitten. Omdat de inwoners van Australië steeds meer weerstand kregen geboden van de aboriginals besloot de regering in 1840 land te kopen van de aboriginals, in plaats van het gewoon maar in te nemen. Omdat de aboriginals zelf nooit land kochten of verkochten namen ze aan dat ze gewoon op hun land konden blijven wonen. Maar dat de Engelsen daar anders over dachten, bleek toen ze de aboriginals van hun land verdreven en hun gebied met prikkeldraad afzette. De Engelsen betaalden voor 240.000 hectare land 40 dekens, 130 messen, 62 scharen, 42 bijlen en 250 zakdoeken. De aboriginals wisten niet wat ze overkwam. 

De aboriginals hadden veel grond nodig om via jagen en verzamelen te overleven, maar die werd ze zonder pardon afgenomen. De aboriginals vernietigden uit woede bezittingen van de kolonisten en jaagden op hun vee. Kolonisten schoten als tegenactie de aboriginals gewoon dood. De Europeanen vielen aboriginal mannen en vrouwen aan, ontvoerden kinderen en moordden hele groepen uit. In 1838 werden zeven blanke mannen ter dood veroordeeld voor het doden van 28 aboriginals in Myall Creek in New South Wales, maar dit was heel ongewoon. De regering en de gerechtshoven veroordeelden zelden Europeanen voor het vermoorden of mishandelen van aboriginals. Maar formeel kreeg elke gouverneur van Australië de instructie mee om de aboriginal mensen niet te molesteren. Officieel streefden ze dan ook naar vriendschap en welwillendheid. In de praktijk had de blanke bezetting grote gevolgen voor de volkeren die door de ogen van de blanken niet voor vol werden aangezien. Omdat de aboriginals nomadisch leefden besloten de blanken dat zij geen recht hadden op hun land. De aboriginals hadden in de ogen van de Engelse kolonisten geen enkele duidelijke band met hun land waardoor ze konden zeggen dat het van hen was. Ze woonden er niet, werkten er niet, ze trokken alleen maar wat rond.

“Hun recht op land was niet meer dan dat van de kangoeroe en de emoe” schreef de oudste krant van Australië, de Sydney Morning Herald, in 1838. Contracten met de aboriginals hoefden dus niet te worden afgesloten, omdat zij volgens de kolonisten net zo min Australië bezaten als de Britten zelf. Vooral de inheemse volkeren van New South Wales en Tasmanië hadden het zwaar te verduren. In het binnenland werden de inheemse mensen nog met rust gelaten. De aboriginals verzetten zich wel, maar er zijn ongeveer tien keer meer aboriginals bij de grensgevechten omgekomen als kolonisten, 20.000 tegenover 2.000. De aboriginals waren met hun speren en stenen niet opgewassen tegen de geweren van de kolonisten. De aboriginals vochten wel georganiseerd. Een beroemde aboriginals guerillaleider was Pemulwuy. Het land van zijn volk lag rond Botany Bay, vlakbij Sydney. Tussen 1790 en 1802 leidde Pemulwuy aanvallen op Engelse kolonisten en verwoestte hun gewassen. Na een overval op de nederzetting in Parramatta in 1797 loofden de Britten een beloning uit voor zijn gevangenneming of dood. Pumulwuy werd neergeschoten vanuit een hinderlaag van de politie. De Gouverneur van New South Wales zond zijn hoofd naar Engeland als een wetenschappelijk voorbeeld. De zoon van Pemulwuy, Tedbury, volgde hem op in het voeren van guerilla-oorlogen tegen de Britten, maar werd in 1805 gepakt en in de gevangenis gezet. De aboriginals trokken dus vaak aan het kortste eind. De kolonisten vestigden zich vooral in de vruchtbare kuststreken, juist op die plaatsen waar ook veel aboriginals leefden vanwege de overvloed aan voedsel. Als gevolg van de kolonisatie werden de aboriginals steeds meer verdreven naar het binnenland, waar het droog, onvruchtbaar en ontoegankelijk was, kortom daar waar geen blanke wilde wonen. Een ander probleem dat de Europeanen meebrachten waren ziektes. Voor de aboriginals waren ziekten als pokken, griep, mazelen en zelfs een gewone verkoudheid dodelijk, omdat ze er niet immuun tegen waren. Door de pokken werden in het begin van de negentiende eeuw groepen aboriginals bijna helemaal uitgeroeid. Door de griep en mazelen stierven nog in de jaren '50 van de twintigste eeuw grote aantallen mensen in Midden Australië. Omdat de aboriginals werden verdreven van hun land en voedselvoorraden, stierven sommigen de hongerdood. Van de oorspronkelijke bevolking van 300.000 aboriginals in 1788, waren er in 1900 nog maar 50.000 over, en de belangrijkste gebieden waren van hen afgepakt.

woongebieden gevangenen woongebieden kolonisten

 De “Australian goldrush” en zijn gevolgen (1851-1901)

In februari 1851 wordt in Ophir, New South Wales, een belangrijke ontdekking gedaan, namelijk goud. Eerdere vondsten van het metaal waren niet zo belangrijk dat ze enige opschudding veroorzaakten en bovendien stond in de wet dat al het goud eigendom van de regering was. Door enorme vondsten, vooral in Victoria, in Clunes en Ballarat, en later ook in Queensland en Western Australia, werd de regering gedwongen haar standpunt te herzien. Nu moesten goudzoekers voor veel geld een vergunning aanvragen, waarna ze overal mochten zoeken en het gevonden goud mochten houden. De goudkoorts had zulke grote gevolgen voor Australië dat van een volledig nieuw tijdperk kan worden gesproken. Daarom heb ik dit ook als apart hoofdstuk genomen. Zodra het bericht van de goudvonsten bekend was spoedden avonturiers zich naar de goudvelden in de hoop hun fortuin te maken. Binnen Australië zag je dat de steden leegliepen en het land achter gelaten werd om door goud zoeken rijk te worden. Anderen wilden iets meer zekerheid en begonnen een hotel, winkel of bank in de buurt van de gebieden waar goud te vinden was. Het duurde dan ook niet lang voordat duizenden immigranten voet op Australische bodem zetten. De bevolking groeide explosief van 400.000 tot 1,1 miljoen. Het feit dat de delvers voor enorme bedragen elke maand een nieuwe vergunning moesten kopen vormde geen belemmering voor de tienduizenden die van heinde en verre waren toegestroomd. Dagelijks voerden schepen nieuwe diggers aan vanuit Engeland, het Europese vasteland, Amerika en China. Ze stichtten talrijke nieuwe dorpen. De meeste “diggers” vestigden zich op deze plaatsen.

De Engelse regering maakte een eind aan de gevangenistransporten in 1868, omdat het nu helemaal geen straf meer was om naar Australië gezonden te worden. Maar ondanks de mooie verhalen slaagde slechts een enkeling erin om rijk te worden van het goud zoeken. Veel mensen werden weer veehouder of gingen in loondienst. Onder de avonturiers waren tienduizenden Chinezen. De blanken stelden zich racistisch tegen hen op, hun afkeer werd zelfs verwerkt in een officiële wet. Iedereen die zich in Australië wilde vestigen moest een taaltest doen. Deze werd zo samengesteld dat alleen Engelse mensen de test met succes konden afleggen. De verdriedubbeling van de bevolking als gevolg van de goudkoorts had positieve gevolgen voor de ontwikkeling van het continent, de economie leefde helemaal op. De goudkoorts had echter voor de aboriginals rampzalige gevolgen. De aboriginals werden op steeds kleinere gebieden teruggedrongen. Zelfs de onherbergzame gebieden, die de kolonisten eerst niet eens wilden, werden nu afgepakt van de aboriginals, omdat daar goud en andere metalen zaten. Hierdoor ontstond ruzie tussen hen en de kolonisten. Om voedsel te kunnen vinden waren ze over het algemeen afhankelijk van veel grond, die hen nu afgenomen werd. De aboriginals verzetten zich hiertegen. Ze vernielden bezittingen van de kolonisten en jaagden op hun vee. Er waren kolonisten die als tegenactie de aboriginals gewoon doodschoten. Zo ontstonden nog meer guerilla-oorlogen. De regering stond aan de kant van de kolonisten. Van 1842 tot 1859 zette de regering speciale eenheden in die tegen de aboriginals moesten optreden. In het begin wonnen de aboriginals vaak omdat zij de gebieden waarin gevochten werd goed kenden, en ze met hun speren veel sneller waren dan de kolonisten met hun ouderwetse geweren. Maar toen aan het eind van de 19 e eeuw betere geweren kwamen, verloren de aboriginals. De regering was de problemen zat, en rond de eeuwwisseling richtte de regering daarom reservaten op waarin de aboriginals moesten leven. Zo werden de aboriginals gedwongen samen te leven in reservaten, waar de grond meestal onvruchtbaar was, vooral in Centraal-Australië. Een reservaat stond onder leiding van een blanke. Deze bepaalde wie in een reservaat werd toegelaten en hij beheerde bezit en loon van de aborigines. Ook stelde hij regels op zoals een verbod op kaartspelen, alcoholgebruik en wapenbezit. Als de aboriginals zich niet aan deze regels hielden werden ze zwaar gestraft.

Zo werden de aboriginals gedwongen te leven zoals de blanken het wilden en niet zoals ze dat duizenden jaren gedaan hadden. Ze konden niet meer jagen en verzamelen omdat er niet genoeg land voor was. Daarnaast konden zij hun godsdienst niet meer uitoefenen. Hun religie had veel met de aarde te maken. In de aarde hadden de voorvaderen zich teruggetrokken en allerlei heilige plaatsten in het landschap hadden te maken met de voorvaderen. Doordat de aboriginals weggejaagd werden van hun eigen land, konden ze deze plaatsen niet meer bezoeken en dus ook hun voorvaderen niet meer vereren. Zo werd het hen onmogelijk gemaakt hun religie uit te oefenen op de manier dat ze het gewend waren.

Maar niet alle aboriginals kwamen in een reservaat terecht. Een grote groep was nodig op de “cattlestations”. De kolonisten kregen steeds meer vee, en daardoor waren er ook meer werkkrachten nodig. Aangezien de aboriginals veel goedkoper waren dan blanke Australiërs werden zij sneller aangenomen. De aboriginals werden vreselijk uitgebuit. Het loon werd tot aan de Tweede Wereldoorlog uitbetaald in voedsel! De mannen moesten de kuddes bijeenhouden en ermee rondtrekken, en de vrouwen moesten huishoudelijk werk doen en klusjes opknappen. De aboriginals moesten erg lang en hard werken en daardoor konden ook zij niet meer traditioneel leven. Dat had een grote uitwerking. Zoals net gezegd werden de aboriginals uitbetaald in voedsel. Dat bestond hoofdzakelijk uit meel, thee, vlees en rum. Dat is duidelijk niet gevarieerd genoeg en daardoor werden veel aboriginals ziek. Ze werden ook ziek door de introductie van alcohol. Hierdoor lag het aantal aboriginals, dat in 1788 op ongeveer 300.000 lag, in de negentiende eeuw nog maar op 30.000. Hierop speelden weer andere immigranten in, namelijk de missionarissen. Zij wilden de aboriginals tot het christendom bekeren. Omdat de meeste aboriginals niet uit zichzelf naar de missieposten toe kwamen probeerden de zendelingen bezoek af te dwingen door voedsel uit te delen. Dit deden ze zo regelmatig dat veel aboriginals het niet meer nodig vonden om zelf voedsel te verzamelen. In ruil hiervoor wilden ze vooral de kinderen bekeren door godsdienst- en gewoon onderwijs. Ze leerden dus ook Engels als eerste taal. De oorspronkelijke taal van de voorouders van het kind werd als niet nuttig gezien, en dus moesten de kinderen Engels leren. Hun eigen taal werd soms nog bijgebracht door familie, maar de kinderen werden voornamelijk Engels. De aboriginals moesten, omdat ze hun eigen gebied kwijtgeraakt waren, op de missieposten gaan wonen. Het was de enige manier om in leven te blijven, omdat hun natuurlijke voedselbronnen niet genoeg meer opbrachten. Op deze manier werden de aboriginals dus van hun land weggelokt, zodoende konden de blanken zeggen dat de aboriginals totaal geen binding met het land hadden, omdat ze immers op een missiepost woonden.

Leven in het Gemenebest Australië

Aan het einde van de negentiende eeuw gingen steeds vaker stemmen op om de afzonderlijke Australische koloniën in een federatie onder te brengen omdat dit de economie ten goede zou komen. Een andere reden was de angst voor inmenging van de Fransen, de Japanners en de Russen. Samen zouden de staten sterker ten opzicht van vreemde mogendheden staan. Al in 1842 was dit idee geopperd, maar toen waren de staten er niet zo blij mee hun verworven zelfstandigheid op te geven. Ze wilden ook de importbelasting die ze door de onderlinge handel ontvingen niet verliezen. Op 1 januari 1901 bleken voldoende mensen het idee te steunen zodat de Commonwealth of Australia werd uitgeroepen, het Gemenebest Australië. Het inwonertal van Australië bleef groeien, maar de blanke Australiërs waren niet zo blij met de toevloed van niet-Europese immigranten. Daarom werd in 1901 de Immigration Restriction Bill uitgevaardigd. Immigranten moesten een test in een Europese taal afleggen, iets wat voor de meeste mensen uit Azië of de eilanden in de Stille Oceaan ondoenlijk was. Deze ‘White Australia'-politiek had ook negatieve gevolgen voor de manier waarop met de rechten van de aboriginals werd omgegaan. Ze werden achtergesteld bij immigranten en kregen nog geen stemrecht. Rond 1911 hadden alle Australische staten gedragsregels opgesteld waarin stond hoe de aboriginals moesten leven. In sommige staten hadden de aboriginals toestemming nodig om door het land te reizen, en zelfs om te kunnen trouwen. Ze mochten geen bezittingen hebben en werden dikwijls gedwongen te werken zonder daar loon voor te krijgen. En in 1918 werden er wetten uitgevaardigd die de vrijheden van de aboriginals beperkten, de zogenaamde ‘Aboriginal Acts'. De regering bepaalde of ze land mochten bezitten, wat voor werk ze mochten doen en zelfs dat gemengde ouderparen niet voor hun eigen kinderen mochten zorgen. De kinderen werden in speciale kindertehuizen of bij pleegouders ondergebracht. In de gestichten werden ze ondergebracht om opgevoed te worden voor ongeschoold werk in de Australische samenleving. Het aantal kinderen van gemengde afkomst groeide namelijk hard. Men dacht dat de traditionele aboriginals wel vanzelf uit zouden sterven, maar wat moesten ze met de talloze kinderen van een aboriginal vrouw en een blanke man? Het uit huis plaatsen van aboriginalkinderen was de “perfecte oplossing.” De regering dacht dat als de kinderen niet bij hun eigen familie opgevoed werden, ze zich makkelijker aan de blanke maatschappij zouden aanpassen. 

In de jaren '30 kwam er steeds meer verzet van de aboriginals. Ze wilden het land terug dat ze eeuwenlang in bezit hadden gehad, en gelijke rechten. Ze werden in hun wensen gesteund door organisaties die zich in wilden zetten voor de rechten van de aboriginals. Maar nog steeds wilde de meeste Australiërs de problemen van de aboriginals niet zien. Velen dachten dat het aboriginalprobleem een zichzelf oplossend probleem was, dat de aboriginals vanzelf wel uit zouden sterven. Dit idee bleef tot 1939 bestaan.

Na de Tweede Wereldoorlog, waarbij Darwin en Broome werden gebombardeerd door Japan, richtte Australië zich meer op de Verenigde Staten en Azië in plaats van op Groot Brittannië. Er kwamen enkele veranderingen die de levensomstandigheden van de aboriginals moesten verbeteren. Zo werd de hiervoor beschreven regeling, dat kinderen van gemengde ouderparen in een gesticht werden geplaatst, ingetrokken. De regering besloot verder dat aboriginals op dezelfde manier moesten gaan leven als de blanke bevolking. Dit noemt men assimilatie; de inheemse bevolking moest zich aanpassen aan de blanken. Voor dit doel werden nederzettingen gesticht waar de aboriginals moesten gaan wonen en waar ze onderwijs kregen. Ook regelden de wetten werk, lonen en zelfs huwelijken van de aboriginalmensen. Ze hadden weinig zeggenschap over hun eigen leven. In de jaren '60 groeide het besef onder de blanken dat de aboriginals als tweederangs burgers werden behandeld en dat daar iets aan gedaan moest worden. Want het inburgeringsproject had niet het bedoelde succes. De levensomstandigheden verbeterden niet, de aboriginals hielden bepaalde gewoonten in ere en kwamen in opstand tegen de onwaardige behandeling door te staken of terug te keren naar de “bush”. De inheemse mensen bleken veel standvastiger te zijn dan de blanken hadden gedacht. Verschillende aboriginal arbeiders kwamen in opstand tegen de zeer slechte leef- en werkomstandigheden. Velen woonden in krotten.

Maar urbanisatie bracht de aboriginals wel dichter bij de politieke centra en onder de aandacht van het grote publiek. De aboriginal voorlieden waren mensen die inmiddels beter inzicht hadden in de politieke machtsstructuren en er nu bovendien in slaagden op kundige wijze de media te gebruiken. Er waren daarom ook aboriginals die uit zichzelf naar de steden trokken. Rond 1965 woonde al 1 op de 5 aboriginals in de stad. Maar die andere 80 % woonden in de dorre bush van Midden Australië. In die gebieden hadden ze tenminste geen last van de blanken, die wilden daar absoluut niet wonen! Maar veel aboriginals die in de stad woonden gingen land terugeisen. Al in de jaren '60 ging de Yolngu-stam uit Yirkala in Arnhemland naar de Federale Overheid met een petitie waarin ze hun recht op het land claimden. Maar deze actie mislukte, de regering volstond met dat geen van de aboriginals al op het continent woonde voor 1788. In 1967 kwam er toch een grote stap vooruit. Toen kregen de aboriginals burgerrechten en stemrecht. Dit betekende echter niet dat ze ineens als gelijken werden behandeld. Nog steeds leefden de aboriginals in een slechtere positie dan de blanken. In veel gevallen hadden ze geen goede huizen, een slecht betaalde, of geen baan, en werden ze nog steeds gediscrimineerd. Veel aboriginals zochten troost in de alcohol, want met de nieuwe burgerrechten hadden de aboriginals dus ook de mogelijkheid om alcohol te kopen. Alcohol was een uitweg uit een ellendig leven.

Maar er waren meer aboriginals die de nieuwe rechten aangrepen om de aandacht opnieuw op zich te vestigen. Een voorbeeld is de Gurindji-stam in Northern Territory, die in 1967 land terug eisten. Om deze eis kracht bij te zetten gingen ze ertoe over het land waarop ze recht claimden (veelteeltgebied) langdurig te bezetten. Deze actie was erg belangrijk, want voor het eerst stelde een aboriginal het ‘Terra Nullis' principe aan de kaak, en tegelijkertijd eise men het recht op een eigen, onderscheidende aboriginal levenswijze, die nauw verbonden was met het eigen traditionele grondgebied. Sindsdien vormen deze twee elementen, recht op verloren land en op een eigen levenswijze, de basis voor de vele protestbewegingen die nog zouden volgen. Daarom beschouwt men deze actie nu als één van de markante punten in de emancipatie van aboriginal Australië. Toen de Vietnam-oorlog uitbrak ontstonden grote binnenlandse problemen in Australië omdat grote aantallen Australische soldaten verplicht werden aan de zijde van de Verenigde Staten in Vietnam te vechten. De Labour Party profiteerde nogal van deze sociale onrust. De partij kwam weer aan de macht en hiermee waren veel aboriginals best blij, naast dat ze de dienstplicht afschaften, de basis legden voor gratis en algemeen toegankelijke gezondheidsvoorzieningen en het hoger onderwijs goedkoper maakte steunde ze namelijk ook de eis van landrechten van de aboriginals. Daardoor werden de aboriginals gestimuleerd om rechtzaken aan te spannen om “hun” land terug te krijgen. In 1972 nam de Labour Party in de campagne voor de verkiezingen veel aboriginal eisen over in haar programma. De Labour Party won de verkiezingen (mede dankzij de steun van de aboriginals, die nu wel stemrecht hadden), en introduceerde een groot aantal maatregelen ter verbetering van de positie van de aboriginals. De belangrijkste regel was de introductie van een “Aboriginal Land Right Commission”, die moest onderzoeken hoe aboriginal claims op landrechten verwezenlijkt konden worden. Een eerst belangrijk succes was de erkenning van landrechten in het Northern Territory in 1976. Dat gebied viel onder het gezag van de Federale Overheid in Canberra, die landrechten beloofd had. Aboriginals in de grote reservaten kregen nu zonder meer zeggenschap over hun gebied. Deze gebieden waren nu geen reservaten meer, maar ze werden Aboriginal Land genoemd, omdat de aboriginals daar eeuwen hadden gewoond. Verder konden ze hun oorspronkelijke land terugeisen als ze hun traditionele band met dat land konden bewijzen. Ongeveer 33% van de staatsgronden kwam hierdoor onder aboriginal bestuur te staan. Hier werd heel veel gebruik van gemaakt, maar niet altijd met resultaat, de rechter had het laatste woord. Dat kwam vooral door de extra clausule die in de Aboriginal Land Act, zoals deze wet heet, was bijgeschreven, waarin stond dat als het belangrijk voor Australië was dat er mijnbouw werd uitgeoefend, de aboriginals dat niet tegen konden houden. Dat leidde natuurlijk tot veel ruzies. De aboriginals wilden niet dat bepaalde plaatsen verstoord werden, omdat hun voorouderen daar rusten. De mijnbouwbedrijven hielden meestal geen rekening met de wensen van de aboriginals en verstoorden hun heilige plaatsen. De grote bedrijven moeten voor hun graafactiviteiten in de heilige grond wel schadeloosstellingen betalen. Dit was genoeg om alcohol te kopen en te vergeten dat daar waar de graafmachines en bulldozers diepe gaten graven, ooit droomtijdwezens de aarde ingingen nadat ze levensvormen geschapen hadden die niet voor deze wereld bedoel waren. En de gebieden die ze wel terug kregen waren vaak onvruchtbare, dorre gebieden, die voor de rest niemand nodig had. Ondanks de Aboriginal Land Act, die toch een goed begin was van meer, groeide de onvrede onder de aboriginals gestaag in de jaren '70 en '80. Landrechten bleven voornamelijk beperkt tot het Northern Territory, omdat de andere Australische staten niet of nauwelijks volgden. Op terreinen als gezondheid, werk, huisvesting en scholing bleef de positie van de aboriginals ongunstig afsteken tegen die van de rest van de bevolking. De levensverwachting lag ongeveer 20 jaar lager dan bij andere inwoners, aboriginalwerkloosheid lag ongeveer 10 x zo hoog, en 12.000 van de ongeveer 220.000 aboriginals woonden in zeer slechte behuizing. Discriminatie verdween dan wel uit de wet, maar niet uit het leven. Het vond nog op tal van terreinen van het maatschappelijk leven plaats. Toch bleven veel aboriginals hardnekkig doorstrijden. In 1981 bepaalde de Pitjantjatjara Land Rights Act dat de Anangu Pitjantjatjara en Yankunytjatjara stammen ongeveer 10% van South Australia terugkregen. Dit werd gevolgd door de Maralinga Tjarutja Land Rights Act in 1984, hierin kregen deze stammen nog eens 8% van het gebied terug. Wat de aboriginals niet wisten was dat in de jaren '50 en'60 op die gebieden proeven waren gedaan door Groot-Brittannië met atoombommen! Een belangrijker gebied dat de aboriginals in 1985 terug kregen was de Uluru en het gebied daaromheen. Het gebied werd toegewezen aan de traditionele bezitters, geheten oerbewoners. De Uluru (ook wel Ayers Rock genoemd) is één van de belangrijkste heilige plaatsen van de aboriginals, en ook een van de grootste toeristische attracties. Omdat de overheid niet zo veel geld wilde mislopen is er vastgelegd dat de Uluru nog voor 99 jaar geopend moest zijn als nationaal park. Dat betekent dat iedere toerist zomaar op en om de heilige plek kan klimmen en lopen, iets wat voor de aboriginals bijna niet te begrijpen is. Na Uluru kwam ook het gebied van het Kakadu National Park weer in handen van de aboriginals, maar ook hier voorziet het verdrag de verplichting dat deze toeristisch populaire trekpleister 99 jaar als nationaal park open moet blijven. Dat maakt het de aboriginals moeilijk hier volgens oude regels en gewoonten het leven opnieuw vorm en zin te geven.

In 1988, toen de rest van Australië haar tweehonderdjarige bestaan vierde, vroegen de aboriginals voor het front van de wereld nogmaals aandacht voor hun zaak. Ze beschouwden het jaar als een jaar van rouw en bleven hameren op hun eis voor landrechten, verbetering van de situatie op alle terreinen van het bestaan en vooral eisten ze ook erkenning van hun culturele identiteit. Er waren wel maatregelen voor de verbetering op het gebied van de alcoholverslaving, bijvoorbeeld de Twee Kilometer Wet. Deze wet verbood mensen in het openbaar alcohol te drinken binnen een straal van twee kilometer van een bar. De regel moest dronken mensen uit het zicht van andere mensen op straat houden. Erg veel hielp dat niet, veel aboriginals zagen alcohol echt als de enige uitweg, ook al werden er successen behaald. Vaak werden verzoeken om gebied terug te krijgen afgewezen, omdat de regering het land niet kwijt wilde, bijvoorbeeld in 1991 in de Queensland Aboriginal Land Act. Dit ontmoedigde veel aboriginals, verzoeken voor landrechten in Tasmanië en Victoria waren en zijn er bijvoorbeeld heel weinig. Maar in 1992 kwam er een nieuwe grote doorbraak in het gevecht om land voor de aboriginals. Het Mabo-besluit. Tien jaar terug begonnen stamoudste Eddie Mabo en vijf andere bewoners van het kleine eiland Murray bij de tropische noordelijke punt van Queensland een rechtszaak over landrechten. Zij bestreden de opvatting dat Australië een “terra nullis” was voor de komst van de Engelsen. Dat betekende dat voor de komst van de Engelsen het land leeg, onbewoond was. Het was zelfs in de wet vastgelegd dat het continent ongebruikt was en tijde van de kolonisatie en dat het land daardoor aan niemand toebehoorde. Maar in 1992 verklaarde het Australische Hooggerechtshof dat Australië niet wettelijk leeg land was voor de komst van de Britten. De Mabo-uitspraak erkende dat de aboriginals het recht zouden moeten hebben het land te bezitten waarvan zij kunnen aantonen daar al langere tijd mee verbonden te zijn. Via de Native Title Act konden aboriginals land terugeisen. Deze Mabo-uitspraak leidde tot paniek onder de Australische boeren die vreesden dat aboriginals hun grond zouden terugeisen. De regering heeft de aboriginals echter weten over te halen tot een compromis. Ze zouden compensatie krijgen voor grond die hen is afgenomen, maar de beslissing over het gebruik van door aboriginals geclaimde grond zou in handen van speciale tribunalen worden gelegd. De aboriginals zullen hierover dus ook weer niet het laatste woord krijgen, maar als hun claim succesvol is zal de regering hen helpen het land terug te kopen. Maar de gebieden waar de regering vergunningen heeft afgegeven kunnen niet worden teruggekocht. Wat overblijft zijn de verlaten of onbewoonde regio's die staatseigendom zijn. Dit zal meer dan 10% van het continent bedragen. Het betreft vooral grote stukken grond in Western Australia en Northern Territory, en kleine stukken land in andere staten. In deze staten en in South Australia kunnen weidegronden die in een heilig gebied liggen niet geclaimd worden door de aboriginals, maar wel kan een officieel samenwerkingsverband afgedwongen worden tussen beide partijen. Mabo zelf is een half jaar voor de uitspraak overleden, maar zijn naam zal men nooit vergeten. Mabo heeft een grote symbolische waarde voor de aboriginals. Het is niet alleen erkenning dat het land ten onrechte is afgenomen en dat dit vreselijke gevolgen heeft gehad voor de vele aboriginals, maar het betekent tegelijkertijd dat aboriginals recht hebben op een culturele identiteit, hoezeer hun levensomstandigheden in de huidige tijd onderling van elkaar mogen verschillen.

In de jaren '90 kregen de aboriginals steeds meer gebiedjes terug, een belangrijk gebied in 1998. Toen kregen de aboriginals zo'n 700 vierkante kilometer schoongemaakt gebied terug in Zuidwest Australië, het gebied was in de jaren '60 en'70 door Groot-Brittannië gebruikt voor kernproeven.

In 2000 deed zich weer een perfect moment voor om op de voorgrond te treden en de wereld duidelijk te maken dat de aboriginals van Australië nog altijd een minderwaardig bestaan leiden: de Olympische Spelen in Sydney. Tijdens de openingsceremonie, die de culturele geschiedenis van Australië als thema had, namen de aboriginals een centrale plaats in. Voor een wereldwijd publiek brachten ze een boodschap over die de belangrijkste aboriginal politieke organisatie ATSIC omschreef als een “true celebration of survival”. Het was, in hun eigen woorden, de gelegenheid bij uitstek de wereld te laten zien dat na tweehonderd jaar Europese aanwezigheid en onderdrukking er nog steeds aboriginals zijn en dat ze een wezenlijk onderdeel wensen uit te maken van de Australische geschiedenis en nationale identiteit. Tijdens de Spelen werd de aboriginalsportster Cathy Freeman het aboriginalsymbool bij uitstek van de “true celebration of survival”, maar ook stal ze de harten van sportminnend Australië als geheel en haar rol groeide daarom uit tot symbool van het in gang gezette proces van verzoening tussen de aboriginals en de andere Australiërs.

Tijdens de sluiting van de Olympische Spelen stond op de t-shirts van de Australische band Midnight Oil levensgroot het woord Sorry te lezen, een boodschap aan de regering die toen nog weigerde om een officiële verontschuldiging aan de aboriginalbevolking aan te bieden. En een aboriginal popgroep; Yothu Yindi, zong meteen daarna het protestlied “Treaty”, ondersteund door een koor van bijna 110 duizend toeschouwers. Ook die tekst is een politieke boodschap aan de Australische overheid en wel om officieel een verdrag met aboriginals te sluiten over een groot aantal kwesties. De spelen hebben aan de rest van de wereld een stuk duidelijker gemaakt hoe de positie van de aboriginals is.

Hoe is het nu?

Op dit moment leven er nog ongeveer 200.000 aboriginals in Australië, tegenover zo'n 300.000 op het moment dat de blanken binnenkwamen. Dat is op een totale bevolking van ongeveer 18 miljoen dus maar 2 % van de bevolking! Op Tasmanië is het aantal teruggelopen van 4.000 voor de komst van de blanken, tot 400 tussen 1800 en 1830, en nu nog maar enkelen. Het aantal aboriginals is dus zeer drastisch gedaald. De oorzaken daarvoor waren dus moord, ziekte en hongersdood.

Toch is nu duidelijk dat het leven voor de aboriginals al een stuk beter is dan een eeuw geleden. Maar vergeleken bij andere Australiërs is het nog steeds slecht. Australië als land in zijn geheel is een rijk welvarend land. Het land behoort tot de landen met de hoogste inkomens, en meer dan 55% van de mensen werkt in de dienstensector. Het BNP is 9.000 dollar of meer, en dat stijgt nog steeds licht (0-1,4%). Het aantal telefoons, televisies en autoparken ligt ook zeer hoog. De levensomstandigheden zijn zeer goed, met voldoende voedsel en export van voedsel. Minder dan 25 op de 1.000 zuigelingen sterven, en het aantal sterfgevallen in het algemeen ligt tussen de 8 en de 11 per 1.000 inwoners.

Maar voor de aboriginals zijn er nog steeds erg veel problemen. Een groot probleem, dat ik al had besproken is de grote alcoholverslaving van veel aboriginals. De Twee Kilometer Wet van eind jaren '60 had niet het bedoelde effect. Er bleven veel verslaafden, die nu gewoon in de kroeg gingen zitten. Tegenwoordig richt de regering zich op maatregelend die het alcoholprobleem zelf moeten oplossen. Er wordt geld geïnvesteerd in afkickcentra en het wordt aboriginals in de probleemgebieden moeilijker gemaakt alcohol te kopen. Veel gebieden zijn nu redelijk alcoholvrij. Maar er blijven nog veel problemen over. Vergeleken met andere Australiërs ligt op dit moment de werkloosheid onder aboriginals tien keer hoger! Zo'n 60% van de aboriginals is werkloos. Zij moeten dus een uitkering ontvangen, en omdat het zo'n grote groep is roept dat bij de andere Australiërs ergernis op, zij moeten werken voor de “luie” aboriginals. Maar dat ze werkloos zijn komt lang niet altijd door de aboriginals zelf. Ook op de werkvloer is er nog veel steeds veel discriminatie, bedrijven nemen vaak toch liever blanken aan. En ook zijn de aboriginals vaak niet (goed genoeg) geschoold. Dat wordt wel beter, maar er is nog steeds veel achterstand. Omdat veel aboriginals geen werk hebben, neemt ook de criminaliteit toe, ze gaan bijvoorbeeld stelen, om iets te doen te hebben of uit pure wanhoop. Aboriginals worden nu 22 x zo vaak in de gevangenis gezet als andere Australiërs, dat blijkt uit een onderzoek van Amnesty International. En in gevangenschap sterven heel veel aboriginals. Er komen jaarlijks zo'n 20 aboriginals om in de gevangenis! Veel aboriginals plegen zelfmoord omdat ze het niet meer aankunnen .

In Cherbourg, Queensland, werd bijvoorbeeld pas geleden een aboriginal gearresteerd na een vechtpartij met een andere aboriginal. De andere aboriginal raakte gewond en moest even naar het ziekenhuis, waardoor er geen bewaker bij de eerste kon blijven. Toen de politie terug kwam had hij zich al opgehangen aan zijn kousen. De reactie van de autoriteiten is veelzeggend. De burgemeester van Cherbourg, Les Stewart, is ervan overtuigd dat het met de drank te maken had, “zoals bij alle aboriginals”. Maar veel aboriginals vinden de verklaring niet volledig, en ziet veel andere oorzaken. De reden is volgens bijvoorbeeld een gemeenteraadslid een mengsel van onderdrukking, frustratie, werkloosheid en een samenleving die voor hen te weinig toekomst biedt. Maar ook politiegeweld is een oorzaak van de sterfgevallen in gevangenissen. Sinds 1918 hebben zich tenminste twee sterfgevallen voorgedaan die de politie tot zelfmoord bestempelde, maar waarbij de patholoog-anatoom de juiste doodsoorzaak niet heeft kunnen achterhalen, en zelfs een paar gevallen waar mishandeling is aangetoond.

Maar het laatste jaar wordt er wel meer aan gedaan. Een organisatie uit Sydney, het Comité ter Verdediging van de Rechten van Zwarten, dringt er bij de regering op aan om een koninklijke commissie te belasten met het onderzoek naar alle sterfgevallen onder aboriginals in gevangenschap. De regering heeft deze groep al een subsidie van 20.000 dollar gegeven om haar klachten met bewijzen te staven. Ook heeft de regering de federale Commissie voor de Mensenrechten opdracht gegeven een apart onderzoek in te stellen naar de aboriginals in gevangenissen, ook naar de relatie met de politie.

Om terug te keren naar hun oude levensstijl, en om de blanke regels te ontlopen, leven veel aboriginals ook nog steeds in de bush, in de binnenlanden waar ze nog op hun oeroude manier verder leven, buiten de blanke invloed om. Het kaartje maakt duidelijk waarom de blanken deze gebieden niet willen.


Maar op het gebied van de landrechten bleven de aboriginals nog steeds strijden, én winnen. In februari 2001 verklaarde The State Parliamentary Secretary for Aboriginal Affairs dat Mount Drysdale een heilige aboriginalplaats was. Er mocht geen landbouw of industrie meer op bedreven worden. Diezelfde periode werd een aantal grote nationale parken ten westen van Cobar, in de outback van New South Wales, weer overgedragen aan de oorspronkelijke bewoners. Mutawintji National Park ten noorden van Wilcannia, en nog 4 andere parken worden waarschijnlijk ook nog overgedragen. Veel mensen zouden graag meer van deze teruggaven van aboriginalplaatsen zien, ze zien het als een voorbeeld van groeiende samenwerking als ze respect tonen voor de plaatsen die belangrijk zijn voor de aboriginals. 14 september van dit jaar steunde het Australische Hooggerechtshof een aboriginalvrouw in haar claim dat South Australia's Hindmarch Island Bridge was gebouwd op heilig land.voor onderzoek over door aboriginals geclaimde gebieden, of ze echt heilig zijn, is een speciale organisatie opgericht, de Foundation for Aboriginal and Islanders Research Action te Brisbane. Verder trok Northern Territory half september een deel van de (discriminerende) aboriginalwetgeving in, in een poging om de buitenlandse kritiek op de manier waarop Australië de inheemsen behandeld heeft en nog steeds soms behandelt, te verzachten. Want Australië krijgt heel wat kritiek van het buitenland. Maar op meer gebieden wordt respect getoond voor de aboriginals. In Brisbane is eind augustus 2001 een gratis feest georganiseerd om de drie volken die in Queensland wonen, de Europeanen, de Torres Strait Islanders en de aboriginals, bijeen te brengen. Het waren de zogenaamde “Goodwill games”, de aboriginals werden dus erkend, en er werd respect betuigd voor de aboriginalcultuur. Dat de aboriginalcultuur gerespecteerd wordt blijkt ook uit het feit dat minstens 40 museums tentoongesteld bezit van aboriginals willen teruggeven, zodat de mensen bijvoorbeeld hun voorouders alsnog kunnen begraven op hun manier. En aboriginalkunst wordt erg gewaardeerd, er is zelfs een National Aboriginal and Torres Strait Islander award, voor het mooiste stuk aboriginalkunst. De hoofdprijs is daarbij zo'n AD 40.000,-! En eind augustus 2001 heeft Claire Martin, de eerste minister van Northern Terrirtory, een frisse start in de relatie met de aboriginalgemeenschap over landrechten beloofd. Ze wil de gebeurtenissen die aboriginals over de afgelopen 25 jaar hebben vervreemd aanpakken. En Maar er waren nog tal van andere probleemgebieden. Eind jaren ‘90 wonen bijvoorbeeld 12.000 aboriginals in zeer slechte behuizing, ligt de werkloosheid onder aboriginals zo'n tien keer hoger dan bij andere Australiërs, zo'n 60 % is werkloos, is de kindersterfte onder aboriginals drie keer hoger dan het landelijk gemiddelde, en ligt de leeftijdsverwachting 20 jaar lager. En tot slot vertegenwoordigen aboriginals 35 % van de gevangenisbevolking. Om aan de basisbehoeften, zoals een schoon, goed, veilig huis en hygiëne te voldoen heeft de Flinders University onderzoeker Dr. Ross Bailie in samenwerking met de Northern Territory Indigenous Housing Authority een groot project opgezet. Bijna 4.000 huizen werden in aboriginalgemeenschappen in Northern Territory gebouwd. 79 % van de huizen is gefinancierd door laatstgenoemde organisatie. In het project werd de aboriginals dingen geleerd over 6 kernpunten voor een gezond leven, namelijk je lichaam wassen, kleding wassen, het belang van een doorspoeltoilet, afvalwater wegspoelen en niet opnieuw gebruiken, afval meteen weggooien en niet rond laten slingeren en het bereiden en bewaren van voedsel. Dit is een heel nobel streven, maar het heeft toch niet het gehoopte effect gehad. De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat slechts 38 tot 69 % van de huishoudens de leefregels voor een gezond leven naleven. 26 % vind een keukenbank overbodig, ze zitten nog altijd gewoon op de grond te eten, 48 % vind een berging onzin, en een oven vindt 42 % niet nuttig. Faciliteiten vereist voor persoonlijke hygiëne en “veilig” verwijderen van afval werden in maar liefst 42 % van de huishoudens als niet functioneel gezien! Volgens professor Sainsbury wordt de kloof tussen de gezondheidstoestand van aboriginals en die van andere Australiërs alleen maar groter. Uit The Australian Health Trends 2001 onderzoek blijkt dat de levensverwachting van andere Australiërs is gestegen, voor mannen zo'n 3 jaar, en voor vrouwen 2,2 jaar. Maar bij de aboriginals is dat niet zo, die sterven nog steeds zo'n 15 tot 20 jaar eerder dan andere Australiërs. En volgens de statistieken van het Australian Institute of Health and Welfare reveal is het aantal doden per 1.000 inwoners afgenomen van 7,6 in 1989 naar 5.9 in 2001. Maar op de 1.000 aboriginals sterven er ongeveer 13,6, dat is dus bijna drie keer zoveel! De kindersterfte onder aboriginals ligt ook drie keer hoger dan het landelijk gemiddelde. Aboriginalkinderen hebben 100 x (!) zovaak een geslachtsziekte als andere jongeren, doordat seksueel misbruik en geweld vrij normaal zijn in een aboriginalgemeenschap, mede door het alcoholprobleem. Het is dus duidelijk te zien dat de aboriginals vaak niet meedelen in de welvaart en vooruitgang van Australië.

Om meer aan de problemen te doen komen er steeds meer belangenorganisaties bij voor de aboriginals. Op 8 mei 2001 hield Geoff Clark, voorzitter van de grootste belangenorganisatie voor Australische aboriginals, een belangrijke toespraak ter gelegenheid van het 100jarig bestaan van de Federale staat Australië. De aboriginalvoorman eist een verdrag tussen de oorspronkelijke bewoners van het continent en de federale overheid.

Het verdrag is gericht op:
•  aanvaarden dat aboriginals de oorspronkelijke eigenaren van het continent waren
•  een verontschuldiging aanbeiden voor het historisch onrecht hun aangedaan
•  erkennen dat aboriginals recht hebben op een grote mate van culturele en politieke zelfbeschikking.

Dit zijn allemaal punten die de Australische identiteit in het hart raken. Het eerste punt vormt in feite de basis voor de andere punten die aboriginals in het verdrag willen regelen.

Hiermee werd weer een keer de positie aangekaart. Geoff Clark spreekt bij het honderdjarig bestaan van de Australische Federatie de gehele Australische samenleving aan op haar verantwoordelijkheid naar haar oorspronkelijke bewoners en confronteert haar daarmee tegelijkertijd met haar eigen positie en eigen nationale identiteit. Het proces van verzoening dat in het voorgestelde verdrag staat, is volgens aboriginals de kans om de overgang van een samenleving van Britse kolonisten in een vreemd land naar een multiculturele samenleving die zich thuis voelt in Australië, te bekrachtigen. Maar de huidige regering, onder leiding van de conservatieve Howard maakt geen haast met een formeel verdrag. Labour heeft wel laten weten dit wel te zullen doen als ze de komende verkiezingen, die zeer binnenkort zijn, zullen winnen. Een grote stap vooruit in het respecteren van de aboriginals, en het erkennen van de mensonwaardige behandeling, is van 23 november 2001. Paus Johannes Paulus II heeft de Australische aboriginals en andere inheemsen van Oceanië een officiële verontschuldiging aangeboden voor het “beschamende onrecht” dat hen in het verleden is aangedaan, namens de Rooms Katholieke Kerk. De Paus schreef via internet dat de Kerk zich namens zijn leden verontschuldigt voor wat die hebben gedaan, vooral waar de kinderen van hun ouders werden weggehaald. Australië's eerste vrouwelijke aboriginal kamerlid heeft de Paus' verontschuldiging verwelkomt, en een Labor-kamerlid in West-Australië, Carol Martin, die zelf tot de “stolen generation” (de aboriginals die bij hun ouders weg zijn gehaald en in inrichtingen zijn gestopt) behoort, verwelkomde de verontschuldiging ook, mede omdat dit een grote stap vooruit kan betekenen. “Als de Paus groot genoeg is om zijn verontschuldigingen aan te bieden, laten we hopen dat onze regeringsleider dan zo groot is om hetzelfde te doen.” Volgens haar is dit de eerste stap in het éénwordingsproces van de Australiërs. Een dag later verscheen het bericht dat de nieuwe leider van de Australische Labour Party zegt dat hij bereid is ook zijn verontschuldigingen aan te bieden als zijn partij in de aankomende verkiezingen wordt gekozen. Dan zal er een formeel regeringsexcuus komen voor de mishandeling van de aboriginals. Volgens hem is het de enige manier voor een blijvende hereniging tussen inheemsen en andere Australiërs. Alle deelregeringen van de 6 Australische staten hebben zich nu formeel verontschuldigd, maar Eerste Minister John Howard weigert, met het argument dat modern Australië zich niet moet verontschuldigen voor acties waar ze niet persoonlijk zelf aan hebben meegedaan. De strijd van de aboriginals is dus nog (lang) niet afgelopen, hij is nu alleen wat fatsoenlijker geworden.

Hoe zal het verder gaan?

De aboriginals hebben de laatste tijd dus veel vooruitgang geboekt, maar niet op alle gebieden. Nog steeds is de werkloosheid onder aboriginals hoog, leven ze vaak in slechte huizen en geven velen niet veel om hygiëne, waardoor het sterftecijfer nog steeds hoger ligt dan bij de andere Australiërs, en maken ze een groot deel uit van de gevangenisbevolking. Wel hebben ze veel meer land teruggekregen door vele rechtszaken, en worden ze veel meer gerespecteerd door hun mede-continentbewoners. Hun kunst is erg in trek, en oude aboriginalgebruiksvoorwerpen of lichamen worden uit respect weer terug gegeven, en er zijn veel meer belangenverenigingen bijgekomen voor aboriginals, waar blanken en aboriginals samenwerken voor een betere toekomst. De verontschuldiging van de Katholieke Kerk is binnen, en die van de 6 staten ook. En de problemen die er nu nog zijn, zoals het alcoholprobleem en de slechte leefomstandigheden, worden met allerlei projecten aangepakt, al dan niet met resultaat. Maar tegenover het respect dat aboriginals nu krijgen, staat ook nog steeds veel discriminatie, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, en bij de politie en de gevangenissen. Hoe zal dit verder gaan? Het is te verwachten dat bij de komende verkiezingen de Labour Party zal worden gekozen. Dat is te verwachten omdat deze partij de rechten en problemen van de aboriginalbevolking inziet en aan wil pakken. Veel aboriginals zullen waarschijnlijk daarom op deze partij stemmen, en ook veel andere Australiërs die voor rechtvaardigheid op alle gebieden zijn. Zeker omdat nu ook de Paus zijn verontschuldigingen heeft aangeboden namens de Rooms Katholieke Kerk, veel mensen zien dan extra in dat ze fout hebben gezeten of nog steeds fout denken. Ze zullen er voor zijn dat Australië zijn officiële verontschuldigingen aanbiedt. We hebben in 1972 al gezien dat de Labour Party, die toen de verkiezingen had gewonnen, veel deed aan de slechte situatie van de aboriginals en aan hun rechten, en het is te verwachten dat ze dat nu weer doen, omdat ze ook al hebben aangegeven zich namens het hele land te verontschuldigen. Dat is mijn verwachting op politiek gebied. Daar vloeit uit voort dat de leefomstandigheden in de toekomst waarschijnlijk ook beter zullen worden, dit jaar is er al een project opgezet voor 4.000 goede huizen, er zijn er nog ongeveer twee keer zoveel nodig, en ik denk dat die er gaan komen, want in de 21 e eeuw is het in een ontwikkeld land als Australië gewoonweg heel raar dat er nog mensen in krotten wonen. De regering van Australië krijgt ook steeds meer commentaar van het buitenland op de manier waarop de aboriginals werden en worden behandeld, dus ze zullen ook om die reden wel moeten.