Een dagje met de tro

Natuurlijk heb ik van mijn moeder geleerd om op te staan in de bus voor oudere mensen. Braaf doe ik dat ook altijd in de Nederlandse groene bus. Probeer het opstaan voor iemand anders maar eens in een trotro.

Ik woon voor zes maanden in Ghana en gebruik regelmatig de trotro als vervoermiddel.


Een trotro is een soort minibus. Er zijn 20 stoeltjes ingezet waar je dan ook opgepropt in zit. De meeste Ghanezen en ik zijn klein en passen precies tussen rijen stoeltjes. Mijn medevrijwilligers overleven het helaas niet zonder blauwe plekken op de knieen.


Gisteren was ik weer eens in de stad Kumasi. Het was tijd om naar huis te gaan waar onze kok weer een heerlijke maaltijd voor ons aan het voorbereiden was.


Dus op weg naar het trotrostation, Kejetia. Denk aan een grote markt, zoals die in Marokko. Vol met schalen in de prachtigste kleuren en de geuren van zeep en bedorven vlees. Ga daar doorheen en kom in de chaos van honderden minibussen met hun toeterende en schreeuwende chauffeurs.


Aangekomen op het station, zat er al een hele rij mensen te wachten. Er stond wel een trotro klaar, maar zonder passagiers. Ik kwam een bekende tegen die me vertelde dat de bus kapot was. Het maken ervan gebeurt op de plek zelf. Je ziet een paar mannen in kleding met olievlekken liggen onder de trotro.


Zo’n trotro is behoorlijk gammel. Zo zijn ze meestal lek en kun je de stoeltjes vaak heen en weer schuiven.

Maar goed, hij leek gemaakt te zijn, dus iedereen kon naar binnen. En dan moet je dringen. Alle Ghanezen doen hard hun best om een plekje in de tro te bemachtigen. Ik had een mooi plekje in het midden, die zijn het beste. Als de stoeltjes loszitten, zit je toch klem tussen andere mensen. En kan je niet per ongeluk naar voren schieten. Er kan niemand bij je op schoot komen zitten. En je benen staan vaak evenredig op een zak rijst.

En zo kwam het dat een oudere vrouw moest staan. Ik zat dus ingeklemd tussen Ghanezen en kon geen kant op. En dat geldt eigenlijk voor iedereen. Daar gaat mijn opvoeding…  


Een ritje in de trotro is een belevenis op zich. We waren nog maar net de stad uit of ik hoor een knal. De minibus wordt een stuk naar rechts geslingerd. Meteen schreeuwen de Ghanezen “Eej”, hun favoriete uitroep ter verbazing.


De net gemaakte trotro stopte en alle mensen stappen uit. Ze rennen naar de plek van de botsing. Ik blijf staan bij de trotro, voor je het weet rijdt hij zonder je weg en sta je daar in de middle of nowhere.


Als de mensen terugkomen blijkt er niet veel aan de hand te zijn. Er is schade aan zowel de tro als aan de vrachtwagen die waterzakken vervoerd, maar geen gewonden. Er worden snel wat verzekeringspapieren uitgewisseld, maar niet heus. Als alle mensen weer netjes op dezelfde stoel terugzitten vertrekt de bus weer. Net gemaakt en een botsing gehad, maar hij red het zowaar tot Kokobeng. Ietwat nat door het lekken, kom ik veilig aan op plek van bestemming.